Iran, olie, de cijfers en de feiten
13 januari, 2012
Met oplopende spanningen rond de straat van Hormuz, een dreigende olieboycot van de EU en het nucleaire programma van Iran steeg de olieprijs vanaf september 2011 tot waarden boven de 100 dollar eind december en neemt de aandacht voor Iraanse olie weer toe. In de media wordt helaas niet altijd de juiste data gebruikt. Daardoor ontstaan storende fouten. Hieronder een feiten overzicht.
Feiten en cijfers
Iran is volgens de Iraanse cijfers na Saudi-Arabie het land met de grootste oliereserves met 151.2 miljard vaten (10% van de wereldproductie, cijfers van 2010). Het land verhoogde in 2001-2002 haar reservecijfers met 30%. Deels na de vondst van een aantal nieuwe olievelden, deels zonder voldoende uit te kunnen leggen waar die olie vandaan komt. Veel analisten nemen aan dat er politieke motieven achter deze opwaardering schuilen.
Het land produceerde per dag 4,172 miljoen vaten (cijfers van 2009) waarvan het 2,041 (2010) vaten olie per dag exporteert. Iran is daarmee de nummer 3 olie exporteur in de wereld, na Rusland en buurman Saudi Arabie. De olieproductie piekte in 1973 rond de 6 miljoen vaten. Dat heeft verschillende oorzaken. Enerzijds 8 tot 13% daling in productie per jaar in oude velden die over hun piek in productie heen zijn. anderzijds sancties en ongunstige handelsvoorwaarden die verhinderen dat investeringen in de olie-industrie de al jaren afnemende olieproductie opkrikken.
Nog een feit, het land bezit naar eigen zeggen 12 kiloton aan Uranium reserves, dat is bij de huidige techniek het equivalent van 880 miljoen vaten olie. Dat is slechts 0,58% van de geschatte olievoorraden van het land.
Waar gaat de export naartoe
Een groot deel van de Iraanse olieexport gaat richting Azië (cijfers jan-jun 2011). 62% van haar export ging richting China (22%), Japan (14%), India (13%) en Zuid Korea (10%). De afhankelijkheid is ook omgekeerd erg groot. China importeert 11% van haar olie uit Iran, en is tegenstander van sancties en een groot investeerder in de Iraanse olieindustrie. Sommige landen hebben een nog grotere afhankelijkheid van de Iraanse olieexport. Turkije importeert ruim 50% van haar olie uit Iran, Sri Lanka zelfs 100%.

De EU landen die het hardst getroffen worden door een importverbod zijn (cijfers 2011) Griekenland met 20.000 vaten p/d, dat is 14% van de Griekse import. Spanje, met 138.000 vaten p/d, zo’n 13% van de import. Italië met 183.000 vaten p/d, dat betreft eveneens 13% van de import.
Ter vergelijking, Nederland importeert 33.000 vaten p/d, dat is slechts 2% van onze totale olieimport, uit Iran. Door de langslepende Eurocrisis ontstaat een lastig punt voor Griekenland: Iran is een van de weinige olieleveranciers die nog olie durft te leveren. Andere olieleveranciers hebben zich terug getrokken uit angst voor een Grieks faillissement. Ook interessant zijn de recente ontwikkelingen rondom de contracten tussen Iran en China. China heeft afgelopen maand de helft van haar olieimport uit Iran ingewisseld voor Russische olie, in een hard spelletje onderhandelen over oliecontracten.

De Straat van Hormuz
In 2011 voeren elke dag 14 volle tankers door de Straat van Hormuz (en 14 lege terug), met in totaal 17 miljoen vaten olie per dag. Dat is 35% van alle zee gebonden handel en 20% van alle wereldhandel. In de tankeroorlog tussen Iran en Irak (van 1980 tot 1988) verminderde de doorvaart in de Straat van Hormuz met 25%. Daarbij aangetekend dat de Iraanse Revolutionaire Garde zwaar geinvesteerd heeft in anti schip rakketten en snelle speedboten die naar de inschatting van het Pentagon de Straat van Hormuz tussen de enkele dagen en enkele maanden kan afsluiten. In dat geval zal de olieprijs naar verwachting van marktanalisten ergens tussen de $23 en $45 omhoog schieten, afhankelijk van de duur van de blokkade.
Er zijn alternatieven, vooral in de vorm van de Oost-West pijplijn door Saudi-Arabië maar die heeft slechts een totale reservecapaciteit van 2,5 miljoen vaten per dag en voegt 5 dagen varen toe aan schepen met bestemming Azië. Onvoldoende dus om de 17 miljoen vaten die elke dag de Straat van Hormuz paseren een andere route te bieden. De nieuwe Abu Dhabi Crude Oil pijplijn wordt op dit moment afgebouwd en zal 1,5 miljoen vaten olie per dag om de Straat van Hormuz laten vloeien.
Zie voor meer up to date cijfermateriaal ook EIA factsheet over Iran en hun ‘chokepoint‘ overzicht, alsmede de JODI database
Nigeria: aardolie en een ontevreden bevolking
10 januari, 2012

Nigeria produceert dagelijks 2,4 miljoen vaten olie. Het binnenlands oliegebruik, ca. 280.000 vaten per dag, is sinds 1995 niet gestegen. Van de totale produktie exporteert het land ca. 2,1 miljoen vaten per dag. Daarmee komt Nigeria op de 6e plaats in de lijst van de olie-exporterende landen, boven Irak, Canada en Venezuela.
Maar het land heeft te weinig raffinaderijen om in de eigen behoefte aan brandstof te voorzien. Daarom wordt er benzine ingevoerd uit Venezuela en zelfs uit Groot-Brittannië.
Begin januari schafte de Nigeriaanse regering de subsidie op benzine af en daarom verdubbelde voor de Nigerianen de prijs.
De prijsverhoging leidde afgelopen week tot protesten van duizenden veelal jonge Nigerianen.
De demonstranten verwijten de regering dat ze te lang heeft gewacht met de bouw van meer raffinaderijen.
Je zou ook kunnen stellen dat oliemaatschappijen liever ruwe olie uit Nigeria aan hun klanten in Europa en de VS verkopen, dan dat ze in Nigeria de olie raffineren om benzine te maken voor de Nigerianen. Is aardolie belangrijker voor Europa en de VS dan voor de Afrikanen?
De kans dat de onrust de olie export uit het land om laag zal brengen is aanzienlijk.
De olieprijs, complex maar cruciaal.
16 december, 2011
De olieprijs is van groot belang voor de wereldeconomie, maar de invloed van complexe factoren maakt het lastig manoeuvreren, zegt David Strahan
De olieproductie in de V.S. stijgt weer. Het land waar de olieproductie in 1970 piekte en vervolgens in ruin vier decennia met 40 % kromp heeft nieuwe wegen ontdekt. Tussen 2008 en 2010 veerde de productie met 800.000 vaten per dag terug naar 7.5 miljoen vaten per dag en de analisten voorspellen nog meer groei. Goldman Sachs voorspelt dat tegen 2017 de productie in de V.S. de 11 mb/d kan bereiken. Het land is weer terug in haar gloriedagen als grootste olieproducent van de wereld.
Één oorzaak is een scherpe stijging van productie van “schalieolie”. In Noord-Dakota, Texas en Oklahoma gebruiken de bedrijven het hydraulische breken, ook wel “fracking”. Dit is een controversiële techniek die de aardgasproductie van de V.S. heeft hervormd. Hiermee kan men een breed scala aan vloeibare koolwaterstoffen uit niet-poreuze schalie halen, iets wat voorheen onuitvoerbaar werd geacht.
Daniel Yergin, CEO van het energieadviesbedrijf IHS CERA, schreef onlangs in de New York Times dat de vernieuwingen zoals schalieolie onvermijdelijk zijn gezien de stijgende olieprijzen: “hogere prijzen bevorderen innovatie en moedigen mensen aan om slimme nieuwe manieren te bedenken om de productie te verhogen.” Hij gaat nog verder door te stellen dat “piek olie“ – het ogenblik waarop de globale olieproductie tegen de geologische grenzen botst en begint te dalen – voor bijna onbepaalde tijd kan worden uitgesteld. Uiteindelijk is de olie voorraad slechts één deel van het verhaal en de recente economische analyses werpen ander licht op de zaak.
Mocht de wereld plotseling overspoeld zijn met olie, dan is iemand dat vergeten te vertellen aan de oliemarkt. De olieprijs blijft steevast boven $100 per vat Brent olie, de belangrijkste internationale benchmark. De meeste analisten bevestigen dat de levering het tempo van de vraag amper kan bijhouden, ondanks het verzwakken van westerse economieën. Maar als al die extra olie begint te stromen, hoe kan dit dan?
Een deel van de verklaring ligt in onvoorziene verstoringen op korte termijn, zoals de ramp van de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico vorig jaar. Dit leidde tot vertraging van vele boorprojecten. En de Libische revolutie die wereldwijde levering met bijna 1.6 mb/d. verminderde. Het effect van deze gebeurtenissen zou na verloop van tijd langzaam moeten verdwijnen maar er zijn duidelijk grotere krachten aan het werk. Het produceren van olie wordt steeds lastiger.
Niet dat het ooit gemakkelijk was. De hoeveelheid olie zoals die door huidige olievelden wordt geleverd daalt altijd, want zodra er olie uit een olieveld wordt gehaald, daalt de druk in het reservoir en komt de olie langzamer naar boven. Hierdoor moet de olie-industrie elk jaar nieuwe putten boren die geschikt zijn om rond 3 mb/d te leveren – oftewel 30% van de productie van Saudi-Arabië – enkel om de huidige productieniveaus te handhaven. Het vereist jaarlijks ruwweg nog eens 1.5 mb/d. om aan de groei in de globale vraag te beantwoorden. Tenminste, uitgaande van de huidige economische groei.
Het dichtlopen van deze gaten wordt moeilijker aangezien de “gemakkelijke olie” schaarser wordt. De Oliebedrijven zoeken nu al aan de randen van de aarde – van de Falkland Eilanden tot aan het Noordpoolgebied. Men boort naar reservoirs die dieper en heter zijn en onder hogere druk dan ooit tevoren. Dit stelt de techniek voor nieuwe uitdagingen. En dat heeft als consequentie dat de kosten gigantisch stijgen en waarvan de gevolgen nog lang niet door iedereen worden begrepen.
Op zee werken de bedrijven bij steeds grotere diepten. Bijvoorbeeld in de jaren ‘80 en ‘90, vond Petrobras, de staatsoliemaatschappij van Brazilië, het grootste deel van zijn olievelden onder ongeveer 3 kilometers zee en rots. In 2007, vond ze het Lula gebied, ongeveer 7 km diep. Lula boringen vergde 4 kilometer meer specialistische staalpijpen in een tijd waarin de staalprijzen wegens hogere energiekosten stegen.
Maar ook op het vasteland nemen de kosten toe. De schalieolie “fracking” putten vergen een horizontale boortechniek, die wel vier keer zo veel staal vergt als de verticale boortechniek. Volgens analisten in JPMorgan, heeft de hele industrie last van deze ongebreidelde inflatie. Neem bijvoorbeeld de productie-investeringen van Exxon, deze stegen van $15 miljard per kwartaal in de jaren ‘90 tot meer dan $100 miljard in het tweede kwartaal van 2008 – terwijl de geproduceerde hoeveelheid olie en gas nauwelijks veranderde.
Een van de duurste olie komt uit het teerzand van Canada, met zijn enorme bovengrondse mijnen en energie-intensieve productieprocessen. Volgens investeringsbank Barclays moeten de nieuwe projecten hier tenminste $90 per vat opleveren om iets te gaan verdienen. Saudi-Arabië, het enige land met behoorlijke extra productiecapaciteit, kon een paar jaar geleden nog extra olie produceren tegen een lage prijs, maar nu niet meer. Ze hebben hun openbare uitgaven verhoogd na de Arabische Lente en nu is $95 per vat nodig om de begroting in evenwicht te houden. Deze druk, zegt Paul Horsnell, researchdirecteur van Barclays, houdt in dat de olieprijzen waarschijnlijk niet kunnen dalen tot onder dit niveau, tenzij de economie instort. Hij voorspelt $137 per vat in 2015, en $185 in 2020.
Dus als er veel olie in de grond zit, maar het wordt duurder om het te produceren, kunnen wij dan zoveel produceren als wij willen zolang wij maar bereid zijn te betalen? Dat hangt er vanaf wat je genoeg noemt en wie er met “wij” wordt bedoeld, zegt Steven Kopits, US directeur van energieconsultancy Douglas Westwood.
Het probleem is dat de hoge olieprijzen niet alleen oliemaatschappijen aanmoedigen om te vernieuwen, het beschadigt tegelijk nationale economieën – hoewel sommige landen veerkrachtiger zijn dan anderen. Een diepgaande historische analyse van Kopits toonde aan dat de V.S. in een recessie belanden zodra meer dan ongeveer 4.5 % van zijn BBP aan olie besteedt. Vandaag, zou dat gelijk zijn aan $90 per vat. Dat niveau geldt ook voor andere landen in de OESO club van rijke naties, zegt Kopits. Maar de feiten tonen aan dat China bereid is om meer te betalen; het krimpt pas zodra de olieaankopen meer zijn dan 6 percenten van het BBP bedraagt, dat is ongeveer $110 per vat.
Deze ongelijkheid, zegt Kopits, ontstaat omdat China meer waarde toekent aan een vat olie. Een vat olie kan het leven van Chinese mensen ingrijpend veranderen – hen in staat stellen om voor het eerst met een auto te reizen, bijvoorbeeld. In het westen, betekent het verlies van een vat slechts het inruilen van een benzineslurper voor een zuiniger model.
Maar olie is zo handig dat niemand vrijwillig inkrimpt, dus zullen de prijzen tot zeer pijnlijke niveaus moeten stijgen om rijke westerse consumenten tot bezuinigingen te dwingen. De eerste “piekolierecessie” is in 2009 begonnen, zegt Kopits. Een prijs van $147 per vat in combinatie de diepste recessie sinds de jaren ‘30 en de consumenten van de OESO landen hadden geen grip meer op de olieprijs. Sinds begin 2008, daalde het olieverbruik van OESO met 4 mb/d, terwijl in niet-OESO landen – hoofdzakelijk in China – de consumptie steeg met 6 mb/d. De wereldwijde olieproductie steeg 2 mb/d tijdens die periode. De ontwikkelingslanden hebben dus alle extra productie, plus de verminderde consumptie van geïndustrialiseerde economieën verbruikt. “China koopt de olielevering van OESO op,” zegt Kopits, “en recessies zijn het mechanisme waarmee die olie van zwakkere economieën aan sneller – groeiende economieën wordt overgebracht”
China is terechtkomen in een steeds snellere “motorisatie”. In 2010 haalde de autoverkoop in China die van de V.S. in, wat leidt tot vooruitzichten van zich herhalende olieprijspieken en recessies. Wij lijken nu een tweede piekolie recessie in te gaan, zegt Kopits, en meerdere zullen volgen. Op dit ogenblik is het een probleem voor het westen, maar de prijzen kunnen blijven toenemen tot niveaus die zelfs voor China onhaalbaar zijn. Vanuit deze visie is piekolie zowel een economisch concept zoals een geologische.
De analisten van Deutsche Bank zijn optimistischer en voorspellen een uiteindelijke olieprijs piek van $175 in 2015 zal leiden tot snelle elektrificatie van vervoer, wat de druk op de olielevering zal verlichten. Maar Kopits twijfelt er aan of wij zo gemakkelijk kunnen ontsnappen. “Hou je vast,“ besluit hij, “er staat ons nog een dolle rit te wachten.”
David Strahan is een energieverslaggever en een auteur van de Laatste Olieschok: Een overlevingsgids voor het dreigende uitsterven van de Mens van de Aardolie (John Murray)
Dit artikel is een vertaling van het Engelstalige artikel: The price of oil is critical to the global economy, but the complex factors that decide it take some navigation.
130 km/uur is slecht voor onze energierekening
6 december, 2011
Een bijdrage van Peakoil blogger Hans Verbeek
Nederland verbruikte in 2010 meer dan 1 miljoen vaten aardolie per dag. Een behoorlijk deel daarvan wordt in de vorm van benzine en diesel opgebrand door auto’s.
Bij een olieprijs van $100 per vat kost de import van aardolie Nederland jaarlijks $36 miljard ofwel 27 miljard euro. Je zou verwachten dat de regering plannen zou maken om die energierekening te lager te maken.
Maar de verhoging van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 130 km/uur zal volgens het Planbureau voor de Leefomgeving het brandstofverbruik in Nederland juist doen stijgen met 60 miljoen liter benzine en 50 miljoen liter diesel per jaar.
Dat komt neer op ca. 2 miljoen vaten aardolie extra per jaar ofwel 150 miljoen euro. Die euro’s verdwijnen naar het buitenland.
In plaats van het aardolieverbruik te verlagen, laat het kabinet het olieverbruik en de kosten van olie-import juist oplopen. In het voorjaar verlaagde de Spaanse regering juist de maximumsnelheid om de kosten van olie-import te verlagen.
Het Algemeen Dagblad berekende dat de snelheidsverhoging 50 tot 100 miljoen euro aan extra accijnzen in de schatkist zal brengen. De automobilisten zullen die miljoenen euro’s in 2011 niet in de Nederlandse economie pompen. Het is te hopen dat de regering de extra inkomsten wel nuttig inzet.
De verhoging van de maximumsnelheid lijkt bedoeld om kiezers te lokken. Maar in feite is de maatregel contraproduktief. Het maakt de hoge energierekening van Nederland nog hoger en onttrekt tientallen miljoenen euro’s aan de Nederlandse economie.
Gegoochel met gas
23 november, 2011
Het einde van het wereldberoemde gasveld bij het Groningse Slochteren, dat Nederland jaren van gas en geld heeft voorzien, begint in zicht te komen. Het leek dan ook een prachtige verassing toen twee jaar geleden in de pers juichend aangekondigd werd dat een gasvoorraad van wel tweehonderd keer Slochteren onder onze voeten zat. Inmiddels zijn deze gasvoorraden echter bijgesteld tot slechts een fractie van het Slochteren-gasveld, en roept toekomstige winning van dit gas steeds heviger protesten op. Zo luidruchtig als de persberichten in 2009 waren over de gigantische gasvoorraden, zo stil was het bij de gigantische neerwaartse bijstelling. Wat is hier aan de hand?
De persberichten in juni 2009 waren gebaseerd op informatie van EBN (Energie Beheer Nederland). EBN is een door de overheid opgericht bedrijf dat olie- en gaswinning in Nederland met investeringen steunt. Men sprak op de website van EBN over een gasvoorraad van meer dan 500.000 bcm (bcm = 1 miljard kubieke meter). Het ging vooral om grote voorraden ‘onconventioneel’ gas. Hiermee bedoelt men gas dat zich bevindt in lagen van zeer compact gesteente, zodat het niet kan doorstromen. Schaliegas en steenkoolgas zijn daar voorbeelden van. Er zou zelfs 4 miljoen bcm schaliegas aanwezig zijn, volgens de jaarlijkse brochure ‘Focus on Dutch Gas’ van EBN.
Voor onconventioneel gas moet heel veel geboord worden, met zeer negatieve gevolgen voor wonen, milieu, landbouw en natuur. Om dezelfde gasproductie te halen als die van één gewone gasboring, heb je driehonderd schaliegasboringen nodig. Bovendien wordt een omstreden techniek toegepast: ‘fracking’ of hydraulic fracturing. Hierbij breekt men het gesteente open door er onder hoge druk water en chemicaliën in te pompen. Dit kan leiden tot verontreiniging van grondwater, zo is gebleken in de Verenigde Staten. Inmiddels zijn vergunningen voor proefboringen naar onconventioneel gas uitgegeven of aangevraagd voor een kwart van Nederland. In Brabant en Oost-Nederland nemen de protesten hiertegen met de dag toe.
De vier miljoen bcm schaliegas is waarschijnlijk afkomstig uit een studie van TNO, gemaakt in opdracht van EBN. Deze studie gebruikte statistische rekenmodellen. De vier miljoen bcm schaliegas was de allerhoogst mogelijke schatting uit het TNO rapport, met een waarschijnlijkeid van slechts 10%; dus 90% kans dat er minder gas is. Niet het meest betrouwbare getal.
Opvallend was ook, dat in de pers geen enkel verschil gemaakt werd tussen de hoeveelheid gas die er in de grond zit, en de hoeveelheid die je werkelijk kunt winnen met de beschikbare technieken. Dat is voor onconventioneel gas een paar procent van het aanwezige gas. Daarnaast heb je ook nog economische beperkingen. De kosten van de winning dekken de opbrengsten lang niet altijd. Het is onwaarschijnlijk dat het EBN, de bron van het nieuws, het verschil tussen ‘aanwezig gas’ en ‘winbaar gas’ niet kende, men had de pers een meer waarheidsgetrouw verhaal kunnen vertellen.
Een rekenmodel is zo goed als de aannames die je erin stopt. In 2010 verscheen een wetenschappelijk artikel in Geologie en Mijnbouwvan Professor Herber (Universiteit Groningen) en Shell-geoloog De Jager. Dit artikel is zeer kritisch over de modelstudie van TNO. De auteurs voeren verschillende goede geologische redenen aan waarom de voorraden onconventioneel gas worden overschat. Ze wijzen er onder andere op, dat er ten onrechte steenkoollagen zijn meegerekend die veel te diep zitten. De schatting in dit artikel: enkele tientallen tot maximaal tweehonderd bcm technisch winbaar gas. Niet meer dan 7% van Slochteren, ofwel hooguit enkele jaren gasverbruik van Nederland. Daarbij is nog geen rekening gehouden met economische beperkingen.
De hoge schattingen uit 2009 werden naar beneden bijgesteld. In ‘Focus on Dutch Gas’ van 2011 werd gesproken over ‘enkele honderden bcm’ aan onconventioneel gas, een factor 10.000 lager dan de schatting uit 2009. In persberichten van EBN werd er niet op gewezen dat er een gigantische correctie van de geschatte gasvoorraden heeft plaatsgevonden, en de media besteedden er evenmin aandacht aan.
Overdrijving van gasvoorraden gebeurt vaker. Recent is uit onderzoek van beursanalisten gebleken, dat Amerikaanse schaliegasbedrijven hun voorraden flink overschatten om hun beurswaarde op te krikken. De Britse Geological Survey wil een eigen onderzoek doen naar een zeer grote schaliegasvondst in Engeland, gemeld door het bedrijf Quadrilla, dat ook in Brabant actief is.
Is de veel te optimistische schatting van de gasvoorraden in Nederland door EBN in 2009 een uitglijder, of er meer aan de hand? Heeft men gemeend investeerders te moeten lokken, of het publiek te winnen voor een zeer omstreden vorm van gaswinning door gouden bergen te beloven? In ieder geval is het gegoochel met cijfers over de gasvoorraden een goede reden zijn voor nader onderzoek. Dat zou mooi meegenomen kunnen worden in het onderzoek naar schalie- en steenkoolgas dat de minister heeft aangekondigd. Publiek, bedrijven en politiek hebben recht op goede voorlichting over gasvoorraden, zeker door aan de overheid verbonden instellingen.
Ko van Huissteden
Burgerinitiatief Stop Steenkoolgas
www.stopsteenkoolgas.nl



