Piekolie nieuwsupdate: week 18

5 may 2015. Bijdrage geleverd door Gertjan Cobelens.

Samengesteld door Gertjan Cobelens

Schalieleed en ander ongemak; waar het na het overnamebod van Shell op BG vooral niet over ging, de vraag of Shell financieel niet te kwetsbaar wordt om zich nog in het Noordpoolgebied te wagen; de disinvesteringscampagne slecht een nieuwe barrière nu zelfs de CERA-jaarvergadering een plek voor de beweging heeft ingeruimd; en schamele rapportcijfers voor duurzame energie in Nederland.

Let op je dubbeltjes

Art Berman signaleert een fundamentele verschuiving in de Amerikaanse schalieolie-industrie. De grote groei van de veelbesproken fracklog, het reservoir aan olieputten dat al wel geboord maar nog niet in productie is genomen, is het niet het gevolg van een vrijwillige keuze betere tijden – dat wil zeggen, een hogere prijs – af te wachten, maar van geldgebrek. Bij de huidige prijs genereert het schaliebedrijf simpelweg onvoldoende cashflow. Ook al slaagt de sector er nog altijd in grote hoeveelheden vers kapitaal aan te trekken, voornamelijk van niet in energie gespecialiseerde investeerders die met een dubbeltje een plekje op de eerste rang hopen te bemachtigen, dat geld besteedt de branche noodgedwongen vooral aan overheadkosten en de afbetaling van de rente- en schuldverplichtingen. Op basis hiervan voorspelt Berman een veel grotere en snellere afname van de schaliewinning dan waar de IEA in haar prognoses rekening mee houdt.

Op Oilprice.com trekt Leonard Brecken een parallel met de internetzeepbel van eind vorige eeuw. Hoe meer geld je erdoorheen joeg om maar vooral traffic – of nu, in het geval van energie, boringen – te generen, hoe hoger je beurswaarde. Het idee erachter was dat als je maar genoeg klanten trok – of olieputten sloeg – de kosten vanzelf zouden dalen en het geld wel binnen zou rollen. En passant laat hij ook zien hoe bijvoorbeeld Netflix en Whiting Petroleum zich op hetzelfde gedoemde verdienmodel baseren. Op dezelfde site haalt Michael McDonald de implosie van de Australische mijnbouwsector aan teneinde te illustreren tot wat voor desastreuze effecten zelfs een geringe stijging van de werkloosheid in de Amerikaanse oliebranche op lokaal niveau zoal kan leiden.

Verder recyclet Charles Kennedy in ‘Low Oil Prices Could Destabilize Financial System’ het hier door ons al uitvoerig behandelde BIS-rapport Oil and Debt, al kan het geen kwaad de conclusies nog eens te herhalen: de hoge schuldenlast dwingt oliebedrijven zo veel mogelijk olie op te pompen, waardoor het overschot groeit, de prijs nog dieper wegzakt en de druk om nog meer te produceren verder toeneemt. Legt een hele reeks schaliebedrijven het loodje, dan kunnen de problemen, aldus de BIS, zomaar op de veel grotere markt van bedrijfsobligaties overslaan en valt een nieuwe financiële crisis niet uit te sluiten.  

Voor Peakoilbarrel waagt Ron Patterson zich aan het rekensommetje ‘Peak Russia + Peak USA means Peak World’. Patterson wijst erop dat zonder de enorme toename van de oliewinning in de VS en Rusland de wereld al in februari 2006 op een daling van het olieaanbod was gestuit. Zijn premisse, een afname van zowel het Amerikaanse als het Russische olieaanbod staat gelijk aan piekolie, onderbouwt hij wat betreft de VS met de cijfers van de EIA en voor Rusland met die van de Global and Russian Energy Outlook 2040. Voor Rusland had hij zich trouwens ook op het IEA Medium Term Oil Market Report van maart dit jaar kunnen beroepen, want beide rapporten voorzien voor 2016 een daling van de Russische oliewinning. Toch lijkt zijn optelsom voorbarig. Keer op keer blijkt het onverstandig de Russische oliewinning al te snel af te schrijven, iets waar ook ik mij aan bezondigd heb, want alle tekenen wijzen erop dat die momenteel weer fors aantrekt.

Shell 

Bij Shell zullen ze zich de wittebroodsweken na de trotse aankondiging van de grootste Nederlandse overname ooit anders hebben voorgesteld. Het begon al met de lauwe beursreactie, gevolgd door een winstdaling over het eerste kwartaal van 56 procent, toen nog een lang interview met voormalig Shell-manager Adriaan Kamp, die zijn oud-werkgever de les leest en het bedrijf verwijt een strategie te volgen die ‘gedoemd is te mislukken’, en daar bovenop de onthulling van The Guardian dat Shell met succes bij de Europese Commissie gelobbyd heeft om de bindende doelstellingen wat betreft duurzame energie uit het 2030 klimaat- en energieraamwerk te schrappen. De ‘20-20-20’-doelstelling voor 2020, 20 procent minder uitstoot, 20 procent duurzame energie en 20 procent energiebesparing, wordt voor 2030 op aandringen van Shell teruggebracht tot één enkele ‘40 procent’-eis. Hoe die 40 procent minder CO2-uitstoot in te vullen is aan de lidstaten, maar als het aan Shell ligt gebeurt dat natuurlijk vooral door op grote schaal steenkool voor gas te verruilen.

Maar de grootste olifant die in het Shell-perceel aan de Carel van Bylandtlaan ronddoolt, is natuurlijk de vraag of het bedrijf zich zijn Arctische avonturen na een overname van BG nog wel kan veroorloven. Gaat die overname door, dan wordt Shell in financieel opzicht een stuk kwetsbaarder, wat betekent dat zelfs een beetje olielek in het Arctisch gebied voor het bedrijf al zulke funeste consequenties kan hebben, dat het wellicht raadzamer is de aandeelhouders tegen een dergelijk risico te beschermen. Tenminste, zo luidt grofweg de redenering van de Amerikaanse milieugroep Oceana, die in een petitie aan de Securities and Exchange Commission stelt dat Shell de eigen aandeelhouders met ontoelaatbare risico’s opzadelt zodra ze de voorgenomen diepzeeboringen in het Noordpoolgebied doorzet.

Aan de verkeerde kant van de geschiedenis

Als op de CERA-jaarvergadering, het jaarlijkse onderonsje van de fossiele brandstofindustrie in Houston, een complete middag wordt ingeruimd voor een paneldiscussie over disinvesteren en de gevolgen daarvan voor energiemaatschappijen, dan weet je dat de divestment campaign iets groots heeft volbracht. In Amerika boekt de campagne inmiddels overwinning op overwinning, in Groot-Brittannië heeft de Church of England de afgelopen week nog toegezegd haar belangen in de steenkool- en teerzandwinning zo snel mogelijk af te bouwen en Newsweek onthulde onlangs nog dat de Britse HSBC-bank haar cliënten gewaarschuwd heeft dat de toekomstige rentabiliteit van het fossiele bedrijf op de tocht staat: ‘The report argues that investors who stay in fossil fuels “may one day be seen to be late movers, on the wrong side of history”’

Om de olie-industrie een handje te helpen heeft het Carbon Tracker Intitiative een Fossil Fuel Transition Blueprint uitgebracht. De ‘blauwdruk’ moet als een ‘routekaart’ fungeren die de oliemaatschappijen de weg wijst naar een duurzaam en veilig energiesysteem.

Schamele rapportcijfers

In de maand april maakte een reeks Nederlandse overheidsinstanties de energiecijfers over 2014 bekend. Een greep: het energieverbruik in Nederland is in 2014 met ruim 6 procent gedaald. De grootste dalers: aardgas met 13 procent, olie met 3 procent; de grootste stijger: steenkool met ruim 10 procent. De elektriciteitsproductie steeg met 2 procent, vooral door toedoen van de export van stroom, die vorig jaar met 21 procent is toegenomen. Het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit daalde van 12,2 miljard kWh in 2013 naar 11,6 miljard kWh in 2014. In 2014 droeg hernieuwbare elektriciteit 11,4 procent bij aan de totale Nederlandse elektriciteitsproductie. In 2013 was dat nog 12,1 procent. Schamele cijfers, helemaal in het licht van het EU-gemiddelde, dat in 2014 op 28 procent uitkwam (buiten waterkracht gerekend 13 procent).

Volgens het Compendium van de Leefomgeving is de kooldioxide-uitstoot in 2013 in vergelijking tot 2012 gelijk gebleven en zijn de emissie van methaan en distikstofoxide licht gedaald. Verder meldt Duurzaamnieuws.nl dat de CO2-uitstoot van het dataverkeer in Nederland explosief dreigt te stijgen. Het aantal datacenters neemt in Nederland jaarlijks met 50 procent toe, en deze energievreters, in 2014 goed voor 1,6 terra wattuur, maken maar mondjesmaat gebruik van groene stroom.

Tot slot wijst een wereldwijd onderzoek in opdracht van Philips Lighting uit dat Nederland qua energieproductiviteit de veertigste plek bezet. Philips kopstuk Harry Verhaar legt uit ‘dat we veel hoger zouden moeten staan. We zijn heel afhankelijk van fossiel. 98 procent van de energie die we gebruiken wordt niet omgezet in de service waarvoor de energie bedoeld is. We verkwisten enorm veel, dat is schokkend. Ook verbeteren we onze energieproductiviteit veel te weinig. Op de ranglijst van groei in energieproductiviteit staat Nederland wereldwijd op plaats 68.’