Piekolie nieuwsupdate: week 16

20 apr 2015. Bijdrage geleverd door Gertjan Cobelens.

Samengesteld door Gertjan Cobelens

Voorspellen is moeilijk, vooral als je voorspellingen in tegenspraak zijn met je eigen voorspelmodel; de Wereldbank roept op tot het schrappen van subsidies op fossiele brandstoffen; er gloort een lucratieve gasdeal tussen Rusland en Griekenland, aldus Der Spiegel; en de gevolgen van de inkomstenval voor de olie-exporterende landen komen langzaam maar zeker aan het licht.

Prognoses

Het regende de afgelopen week cijfers en grafieken. Zo bracht het Internationaal Energieagentschap zijn maandelijkse Oil Market Report uit, tekende OPEC voor zijn OPEC Monthly Oil Market Report en publiceerde de Energy Information Administration, een onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Energie, zijn Annual Energy Outlook 2015: with Projections to 2040.

Om met de kerncijfers uit het IEA- en OPEC-rapport te beginnen. Het IEA voorspelt dat de vraag dit jaar met 1,1 miljoen vaten per dag stijgt naar een totaal van 93,6 miljoen, 90.000 vaten meer dan in het vorige rapport. Het aanbod nam in maart toe met grofweg 1 miljoen vaten per dag (op jaarbasis met zelfs een ongekende 3,5 miljoen) naar een totaal van 95,2 miljoen, waaruit het IEA afleidt dat het herstel op de oliemarkt nog wel even op zich kan laten wachten. De groei van het aanbod is voornamelijk afkomstig uit de OPEC-landen. Die noteerden voor maart een stijging van 890.000 vaten per dag, waarmee de totale dagproductie op 31,02 miljoen vaten uitkwam. Een van de sterkste stijgers was Saoedi-Arabië, dat een recordproductie van 10,3 miljoen vaten per dag verwezenlijkte. De Saoedische toename wordt deels toegeschreven aan een groeiende binnenlandse vraag en deels aan een poging aartsrivaal Iran nu alvast marktaandeel af te snoepen voor het geval de sancties tegen de OPEC-partner in juni worden opgeheven.

De hoogtepunten uit het EIA-rapport: de olieprijs blijft de rest van het decennium onder de 80 dollar per vat steken en zal pas in 2028 de ‘100 dollar’-barrière slechten (al moet gezegd dat de EIA een zeer ruime prijsmarge hanteert. Lopen de zaken net wat anders dan kan die prijs later dit jaar net zo makkelijk naar 122 dollar per vat stijgen); de schalieoliewinning piekt rond 2020, maar OPEC kan die daling zonder problemen compenseren; de VS wordt in 2019 een netto energie-exporteur; het aandeel olie in de mondiale energiemix daalt van 33 procent in 2013 naar 17 procent in 2040; en het aandeel duurzame energie in de productie van elektriciteit stijgt tussen 2013 en 2040 van 13 naar 18 procent.

Het maken van langetermijnprognoses is natuurlijk verduveld lastig, dus het zou flauw zijn erop te wijzen dat de EIA er vrijwel altijd kilometers naast zit. Maar sommige van hun voorspellingen ontberen simpelweg elke logische consistentie. Zo voorziet de organisatie voor 2020 een Amerikaanse olieproductie van 10,6 miljoen vaten per dag (niet te verwarren met de ‘all liquids’-productie), terwijl de club nota bene zelf voor mei een daling van de schaliewinning van 57.000 vaten per dag voorspelt. En nu het aantal boorinstallaties nog altijd gestaag afneemt, zal die daling nog wel even doorzetten. Sterker nog, de winning veert hooguit weer op als de olieprijs significant stijgt, maar die blijft in het model tot 2020 nu juist onder de 80 dollar steken.

Die prognose voor 2020 wordt nog raadselachtiger wanneer blijkt dat de EIA de verwachtingen voor 2015/16 in vergelijking tot een half jaar terug al fors naar beneden heeft bij moeten stellen, voor dit jaar met 21 procent, voor 2016 zelfs met 42 procent. En volgens Leonard Brecken van Oilprice.com is dat nog maar het begin. Ook het nieuwe EIA-cijfer, een groei voor 2015 van 500.000 vaten per dag, staat alweer fors onder druk. Te meer omdat de daling die het EIA pas voor mei voorpelt volgens Brecken  al in maart is ingezet. Complicerende factor hierbij is dat de EIA zich voor de productiecijfers in eerste instantie op prognoses baseert, die pas worden bijgesteld zodra de daadwerkelijke cijfers, doorgaans maanden later, binnen zijn.

Bekering

In The Guardian  breekt Jim Yong Kim, de baas van de Wereldbank, een lans voor het schrappen van subsidies aan fossiele brandstoffen: ‘Politicians around the globe currently spend around 1trillion dollar a year subsidising fossil fuels, and those subsidies send out a terrible signal: burn more carbon.[…] We need to get rid of fossil fuel subsidies now.’ Verder meldt hij dat Zuid-Korea plannen heeft voor het invoeren van een koolstoftaks, die bedoeld is om de ontkoppeling tussen economische groei en de uitstoot van CO2 te bevorderen.

Terwijl studenten van Harvard de toegang tot de universiteit blokkeren om het bestuur te dwingen de investeringen in fossiele brandstoffen af te bouwen en Maryland een frackingverbod afkondigt, bekeert beroepspessimist Michael T. Klare zich in ‘Is the Age of Renewable Energy Already Upon Us?’ tot een groene toekomst. Hij verwacht zelfs dat 2015 de geschiedenis in zal gaan als het jaar van de grote doorbraak van duurzame energie. Voornaamste reden voor zijn optimisme is de trendbreuk in China, waar hij tekenen ontwaart dat de Chinezen veel verder zullen gaan dan de toezeggingen uit de Amerikaans-Chinese klimaatovereenkomst, en de ontwikkeling van duurzame energie in andere opkomende economieën, die volgens het rapport Global Trends in Renewable Energy Investment 2015 veel sneller verloopt dan met name de fossielebrandstofindustrie verwacht had.

Om niet helemaal achter te blijven heeft diezelfde industrie, althans een deel ervan (onder andere Rusland, Noorwegen, Shell, Statoil, Kuwait Oil en de Asian Development Bank), aangekondigd het affakkelen van aardgas, goed voor ongeveer 1 procent van de jaarlijkse CO2-uitstoot, vóór 2030 uit te bannen. De landen en energiemaatschappijen die zich bij het Wereldbank/VN-initiatief hebben aangesloten, zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van de wereldwijde gasaffakkeling.  

Rondpompen

Constantine Levoyannis, adjunct-hoofd van het Greek Energy Forum in Brussel, schenkt ons op Energypost.eu een spannend kijkje achter de schermen bij het topoverleg van 8 april tussen de Griekse premier Alexis Tsipras en Vladimir Poetin. De werkelijke inzet van het gesprek, aldus Levoyannis, was de Griekse deelname aan Turkish Stream, de door de Russen zo gewenste vervanger van South Stream. Levoyannis speculeert op een Russisch-Griekse deal waarbij Rusland, via Gazprom, de kosten van het Griekse deel van Turkish Stream voor zijn rekening neemt in ruil voor een overname door Gazprom van het Griekse staatsgasbedrijf DEPA.

Inmiddels verkeren de onderhandelingen volgens Der Spiegel in een stroomversnelling en kan er mogelijk dinsdag al een overeenkomst worden getekend, die Griekenland op korte termijn ergens tussen de 3 en de 5 miljard euro in het laatje brengt. Volgens Reuters ontkent Moskou echter dat er sprake is van vergevorderde onderhandelingen.

Gaat de deal toch door, dan mogen we ons verheugen op een uniek staaltje geld rondpompen: Gazprom betaalt Griekenland een voorschot, Griekenland gebruikt dat geld om het IMF af te betalen, het IMF leent dat geld aan Oekraïne, waarmee dat land op zijn beurt weer zijn schuld aan Gazprom inlost. Iedereen blij. 

Overdracht

De mondiale monetaire overdracht van een kleine 900 miljard dollar van olie-exporterende landen naar olie-importerende landen levert zo zijn winnaars en verliezers op. Een van die verliezers is Canada. Volgens CNN Money is de Canadese economie het eerste kwartaal op jaarbasis met 1 procent gekrompen en zijn de vooruitzichten voor de rest van 2015 en het volgende jaar al even weinig rooskleurig. De lage olieprijs heeft er onder meer toe geleid dat de inkomsten voor de teerzandbranche met 43 miljard dollar zijn geslonken, dat Shell zijn plannen voor een groot teerzandproject heeft afgeblazen en dat het gros van de geplande nieuwe lng-terminals niet gebouwd gaat worden.

Een ander gevolg van die overdracht is dat olie-exporterende landen druk bezig zijn op grote schaal buitenlandse valutareserves en bezittingen te verkopen. De geraamde olieopbrengst van de OPEC-landen bedraagt dit jaar 380 miljard dollar, 350 miljard minder dan vorig jaar, en dus moeten deze landen zich in allerlei bochten wringen om de lopende rekening op orde te krijgen. De valutareserves van Saoedi-Arabië kelderden in februari met 20,2 miljard dollar (de grootste daling in 15 jaar), die van Algerije met 11,6 miljard dollar, die van Angola met 5,5 miljard en die van Nigeria met 2,9. Over de gevolgen zijn de meningen verdeeld. Volgens Albert Edwards van Société Generale zijn die beperkt en zijn de bedragen te gering om de financiële wereld te destabiliseren. Citibank ziet er daarentegen het einde van de petrodollar in.  



Comments are closed.