Piekolie nieuwsupdate: week 15

13 apr 2015. Bijdrage geleverd door Gertjan Cobelens.

Samengesteld door Gertjan Cobelens

Shell neemt BG Group over, maar zo te zien is iemand vergeten de bijsluiter te lezen; in de Zuid-Engelse bodem rond Gatwick zitten tussen de 50 en de 100 miljard vaten olie. Nou en?; Amerikaanse schalieoliebedrijven hebben zich voor 26 miljard dollar tegen prijsdalingen ingedekt. Wie betaalt daar nu de rekening voor?; en ook het Chinese CNOOC zet schalieplannen in de ijskast.

Kleine lettertjes

Op een zondagmiddag in maart, de 15de om precies te zijn, pakte Shell-baas Ben van Beurden zijn mobieltje, belde de bestuursvoorzitter van BG Group Andrew Gould en beklonk in amper vijf uur tijd een deal die de basis moet vormen voor het ‘nieuwe Shell’. Althans, zo schrijft Reuters. Het enige wat aan het plaatje nog ontbreekt zijn berekeningen on the back of a bierviltje. Want zo doen succesvolle mannen zaken, dat weet iedereen: je kijkt elkander eens diep in de ogen (of in dit geval, luistert naar elke stembuiging en -hapering), drukt elkaar ferm de hand, metaforisch gesproken dan, en hup, 64 miljard euro (inclusief schulden, 78 miljard) wisselt van eigenaar. Een staaltje mythevorming, om nog maar eens bij de post van vorige week aan te haken, dat in dit geval of alleen voor buitenlandse consumptie bedoeld is, of door Shells pr-afdeling niet aan de hoogste baas is doorgebrieft, want in het FD  meldt Van Beurden dat de onderhandelingen maanden in beslag hebben genomen.

Hoe het ook zij, de hamvraag is uiteraard wat Shell in godsnaam bezield heeft. Natuurlijk, het bedrijf vijzelt de bewezen olie- en gasreserves met zo’n 25 procent op, en het is tegenwoordig heel wat goedkoper die reserves door middel van overnames te verwerven dan om de exploratie zelf ter hand te nemen. Maar om nu ’s werelds grootste (beursgenoteerde) lng-‘krachtpatser’ te worden terwijl die hele markt op zijn gat ligt, de oliebelangen in Brazilië fors uit te breiden – een land waarin menig oliedroom gesneuveld is – zonder op de kleine lettertjes te letten, met nieuwe schaliegasvelden in de VS te worden opgezadeld terwijl je daar net nog een paar miljard op hebt afgeschreven, het laat zich allemaal lastig rijmen met de officiële Shell-strategie van koersen op rendement en aandeelhouderswaarde.

Om met de olietak van de ‘hoofdprijs’, de olievoorraden in het Braziliaanse Santos-basin, te beginnen. Petrobras, een van de twee uitvoerende partners bij de winning, wordt geteisterd door een corruptieschandaal van ongekende afmetingen. Dat zal de slagvaardigheid van de onderneming niet ten goede komen. Ook zijn indrukwekkende kostenoverschrijdingen bij de Braziliaanse oliewinning eerder regel dan uitzondering. In de woorden van Andy Bogan, de olie-expert van Ernst & Young: ‘Brazil has got endless capacity to disappoint. It's not easy to operate there even though reserves are vast.’ Maar dat is nog maar klein bier. Op pagina 78 van het twee weken geleden verschenen jaarverslag van BG staat te lezen: ‘In certain specific circumstances, it is possible that BG Group’s partners in BM-S-9 (Petrobras and Repsol Sinopec Brasil) have a right of first refusal to acquire BG Group’s interest in the Consortium which holds the concession of BM-S-9 (BG Group currently holds 30% of such Consortium) in the event of a change of control of BG Group plc.’ Onder niet nader omschreven voorwaarden hebben Petrobras en Repsol Sinopec Brazil dus een eerste recht van koop voor BM-S-9, het Sapinhoa-veld in het Santos-basin, in het geval BG van eigenaar wisselt. Het commentaar van Andrew Morton, een olie-expert van Investec: ‘Brazil is central to the acquisition. Sapinhoa is pretty important. It's one that Shell is looking to get its hands on.’ Petrobras is financieel op dit moment allicht te verzwakt om BM-S-9 over te nemen, maar het Chinese Sinopec zal de kans vast schoon zien.

The Wall Street Journal waarschuwt trouwens dat China überhaupt weleens roet in het eten kan gooien. De afgelopen jaren is China er al twee keer in geslaagd een fusie tussen twee niet-Chinese bedrijven te torpederen, zelfs nadat die al door de VS en de EU waren goedgekeurd. Bill Fries van het Thornburg International Value Fund, dat zowel belangen heeft in Shell als in BG, merkt hierover op: ‘I can't imagine that as a customer China is going to be enthusiastic about consolidation in the industry in terms of its bargaining power.’

Met de echte hoofdprijs, de lng-tak, is het niet veel beter gesteld. De problemen op de lng-markt zijn niet van vandaag of gisteren. Australië, dat in 2018 Qatar van de troon wil stoten als de grootste lng-producent ter wereld en waar BG eerder dit jaar nog ruim 4 miljard dollar op zijn QCLNG-project moest afschrijven, kampt al jaren met veel te hoge productiekosten. Om een en ander in perspectief te plaatsen: de productiekosten van lng bedragen in Australië om en nabij de 14 dollar per miljoen btu, de huidige prijs op de Aziatische spotmarkt is 7 dollar. Ook plaatst Credit Suisse grote vraagtekens bij het Australische vermogen genoeg gas te kunnen winnen om aan de langlopende contracten te voldoen. Verder doen er al jaren geruchten de ronde over opgeklopte verwachtingen rond Qatars North Field, het grootste gasveld ter wereld, en is de Noord-Amerikaanse droom om grote hoeveelheden lng naar Azië te verschepen al uiteengespat voordat die goed en wel op gang is gekomen. En dat tegen een achtergrond van al jaren teruglopende lng-exporten naar Europa en de gasdeal tussen Rusland en China, waardoor China op termijn veel minder lng zal afnemen. Ook gokt Shell erop dat landen als Japan, Korea en India hun lng-importen op de lange termijn niet voor veel goedkopere zelfgeproduceerde duurzame energie zullen verruilen. Al met al zijn de groeimogelijkheden op de lange termijn (zie ook dit grafiekje) dus beperkt. Lng is een technisch hoogstandje, maar de productiekosten zijn hoog en aangezien de meeste langlopende contracten met Azië aan de olieprijs zijn gekoppeld, wordt er op die markt voornamelijk verlies geleden, en de verwachting luidt dat daar niet snel verandering in zal optreden.

Volgens Ben van Beurden is de deal met BG geen olieprijsgokje, maar ‘bij een brede range van olieprijzen zinvol’. Zeker, zolang de ondergrens van die range maar ergens dicht tegen de 90 dollar per vat aanschurkt, niet toevallig ook de prijs waarop Shell zijn berekeningen gebaseerd heeft, althans vanaf 2018. Tot dat moment moet de winst uit schaalvergroting en synergievoordelen van 2,5 miljard euro per jaar komen. Tja, bij grote overnames mag men graag met enorme synergievoordelen schermen, in de praktijk worden die zelden waargemaakt. De reden: er is geen standaardmethode om die synergievoordelen te berekenen en dus worden ze vaak gebruikt om het sommetje rond te krijgen. Daarnaast is het voor een bedrijf in z’n uppie al hard genoeg bikkelen om aan de verwachtingen van aandeelhouders te voldoen. Het behalen van synergievoordelen brengt niet alleen allerlei extra complicaties met zich mee, ook legt het de lat nog hoger – veelal te hoog voor de beschikbare managementcapaciteit.

Naast dat Shell nu heel veel meer bezittingen heeft om van de hand te doen – in 2016/17 verwacht het bedrijf voor zo’n 30 miljard euro aan bedrijfsonderdelen te gelde te maken om daarmee eigen aandelen op te kopen en dividend uit te keren – is er voor de oliegigant nog een troost: voor een botsende bedrijfscultuur met wat er straks nog van BG rest hoeft men niet te vrezen. In 2009 bezette Shell de tweede plek op de Reprisk-lijst van ’s werelds meest milieuonvriendelijke en controversiële bedrijven, het jaar daarop was het met een zevende plek de beurt aan BG.

100 miljard vaten

Nog een reden rond Gatwick Airport een algeheel rookverbod af te kondigen, want de bodem daar schijnt tjokvol olie te zitten, ergens tussen de 50 en de 100 miljard vaten. Dat de hele boel de River Mole nog niet is ingeglibberd mag een wonder heten. Maar helaas voor onze westerburen, een verhaal dat te ‘mooi’ is om waar te zijn, is dat doorgaans ook, vooral in verkiezingstijd. Een wantrouwend iemand zou trouwens denken dat er meer achter zit. Rond de Schotse onafhankelijkheidsverkiezingen speelde de hype rond het Clair-veld, dat tientallen miljarden vaten Schotse Onafhankelijkheids Olie zou bevatten, nu is er de hype rond Gatwick, een psychologisch steuntje in de rug voor Cameron en Osborne.

Het is ontegenzeggelijk waar dat er een ontzaggelijke hoeveelheid olie in de Zuid-Engelse bodem zit, ook rond Gatwick. Het rapport The Jurassic shales of the Weald Basin: geology and shale oil and shale gas resource estimation uit december vorig jaar van de British Geological Survey laat daar geen enkele onduidelijkheid over bestaan. Maar vanwege de vele geologische complicaties concludeerden de geologen van dienst dat de kans zeer klein is dat die voorraad ooit gewonnen kan worden, laat staan rendabel.

Op basis van één enkele analyse van één enkel gesteente op één enkele locatie, en zonder uitgebreide testboringen te doen om de winbaarheid en de kosten ervan in kaart te brengen, meent UK Oil and Gas Investments de bevindingen naar een gebied van 1100 vierkante kilometer te kunnen extrapoleren. Tja, met een pers die weigert het verschil te begrijpen tussen theoretische voorraden en bewezen reserves, en wankele olie- en gasbedrijven die alles aangrijpen om de aandelen op te vijzelen, staan ons de komende jaren nog veel van dit soort megavondsten te wachten.

Veiligheidsnet

De meeste schalieoliebedrijven hebben zich tegen prijsdalingen ingedekt, meestal bij dezelfde banken die hun ook de leningen hebben verstrekt. Alles tezamen gaat het om zo’n 26 miljard dollar aan derivaten, voor het overgrote deel aangegaan door JP Morgan, Wells Fargo en Bank of America Merrill Lynch (zie voor een compleet overzicht dit staatje). Uiteraard doen die banken hun uiterste best de risico’s van die leningen en derivaten naar investeerders door te schuiven, en in de woorden van Cees Buddingh is het dan ook een waarheid als een kalfje dat al die rapporten van diezelfde banken, die het afgelopen najaar moesten bewijzen dat de kosten van de schaliewinning zo goed als naar het nulpunt waren gedaald, bedoeld waren om weifelende beleggers over de streep te trekken – er stond ook nogal wat op het spel, want wat is tenslotte de waarde van een onderpand, in dit geval olie in de grond, dat niet te gelde gemaakt kan worden omdat het uit de grond halen ervan meer kost dan de markt bereid is te betalen? Op de korte termijn in elk geval nul komma niks.

Het punt is dat die banken daar de afgelopen maanden, aldus The New York Times, heel wat minder goed in zijn geslaagd dan gepland. Om wat voor bedragen het gaat is lastig een vinger achter te krijgen, maar hetzelfde artikel meldt dat Morgan Stanley onder meer in de maag zit met een lening van 850 miljoen dollar aan Vine Oil and Gas waarvoor de bank geen gegadigden heeft kunnen strikken.

Nog even over die veronderstelde kolossale kostendaling bij de schalieoliewinning, Dan Doyle heeft voor Oilprice.com 12 mediamythen over olieprijzen opgesteld, en die over de veronderstelde kostendalingen prijken op nummer 2 en 4.

Onwringbaar

Met ‘A Challenging Outlook for International Shale’ wijst het Energy Policy Information Center nog maar eens op de problemen bij het exporteren van de schalierevolutie naar andere continenten. Nadat Chevron, Esso en Eni in Polen, Roemenië en de Oekraïne hadden afgehaakt (voor een uitgebreid achtergrondverhaal zie hier), heeft nu ook de Chinese staatsoliemaatschappij CNOOC de handdoek in de ring gegooid. De Chinese overheid mag dan grootse schalieambities koesteren, tot nog toe is er niet een geoloog in geslaagd gas uit een Chinese schalieformatie te wringen.



Comments are closed.