Piekolie nieuwsupdate: week 14

6 apr 2015. Bijdrage geleverd door Gertjan Cobelens.

Samengesteld door Gertjan Cobelens

De National Petroleum Council roept de Amerikaanse regering op tot een snelle exploratie van het Arctisch gebied, want met het verscheiden van de schalierevolutie zijn nieuwe verten onontkoombaar, maar wie bedenkt de mythe die episch genoeg is voor zo’n onderneming?; de Britse premier Cameron heeft in Schotland het licht gezien: geen windmolens maar kerncentrales; en waar geld zich voor eeuwig ter ruste legt, oftewel nieuwe financiële rampspoed voor het frackingbedrijf.

Mythevorming

Vrij naar drill, baby, drill levert The Arctic Journal met de kop 'Hurry Up and Drill’ de beste samenvatting van het rapport Arctic Potential: Realizing the Promise of U.S. Arctic Oil and Gas Resources (voor een geliktere versie zie hier) van de Amerikaanse National Petroleum Council, dat werd opgesteld in opdracht van het ministerie van Energie. Alsof plots het besef is doorgedrongen dat de schalierevolutie een beperkte levensduur heeft, spat de urgentie zozeer van de pagina’s – niet alleen in het rapport zelf, ook in de reacties erop (zie hier, hier, hier en hier en, vooruit, hier en hier) – dat je bijna verwacht dat de Carter-doctrine elk moment van stal gehaald kan worden om er potentiële tegenstanders mee om de oren te slaan.

De National Petroleum Council volgt ruwweg de grove schatting van CERE dat er in de Arctische ondergrond een goede 100 miljard vaten olie huizen, waarvan 36 miljard in het Russische, 34 miljard in het Amerikaanse, 16 miljard in het Groenlandse, 15 miljard in het Canadese en 5 miljard in het Noorse deel. De raad benadrukt dat wil de VS de verwachte daling van de schaliewinning tijdig kunnen opvangen de exploratie vanwege de lange aanlooptijd nu onmiddellijk en op grote schaal ter hand moet worden genomen. In de woorden van Rex Tillerson, de CEO van ExxonMobil: ‘There are two important elements for people to understand. One is the timelines that are required. Anytime you are dealing in these frontier areas where you are really driven by technology, these are very long time frames, multi-decade time frames. The second element is just the enormity of the energy demand in the world. It’s between 85 and 90 million barrels of oil per day today. That takes huge resources to supply that in a reliable way. We are in the depletion business. There will come a time when all the resources that are supplying the world’s economies today are going to go in decline. This will be what’s needed next. If we start today it’ll take 20, 30, 40 years for those to come on.’

Het rapport verscheen in dezelfde week dat Shell een belangrijke horde wist te nemen bij het veiligstellen van zijn Arctische boorconcessies. Deborah Lawrence maakt hieruit op dat er in Washington een uitruil heeft plaatsgevonden tussen het afblazen van de Keystone XL-pijplijn en politieke steun voor de exploratie van het Arctisch gebied.

In verschillende commentaren klinkt het verlangen door de schalierevolutie in een van de meest ontoegankelijke gebieden op aarde nog eens dunnetjes over te doen. De vraag is natuurlijk of dat gaat lukken. Om daar iets zinnigs over te zeggen kan een uitstapje naar een van de meest onderschatte pijlers onder het schaliesucces, de zeer effectieve mythevorming rond de winning, misschien meer duidelijkheid bieden: een paar tijdige grote vondsten gecombineerd met een handvol stugge doorzetters die tegen de stroom in en met een forse dosis Amerikaans vernuft de technologische doorbraken forceerden die nodig waren om olie aan brongesteente te ontfutselen; de vele duizenden mom-and-pop-outfits die de fat cats van Exxon, Chevron, Shell en BP te slim af waren; stoere cowboys die eigenhandig de energiefrontier verlegden – wie wil daar nu niet in investeren, helemaal bij een gegarandeerd rendement van 7 procent of meer.

De daadkrachtige loner met een grote droom, de underdog die de megacorporaties een lesje leert, de onverschrokken plattelander die de lamzakken uit de grote stad de weg wijst, het zijn allemaal standaardingrediënten van het geïdealiseerde Amerikaanse zelfbeeld zoals Hollywood dat de kijker al een eeuw of wat voorspiegelt. Dat de werkelijkheid een andere is, dat fracking al in de negentiende eeuw werd toegepast en de eerste horizontale boring in de jaren zeventig plaatsvond, hetzelfde decennium als waarin de schalieformaties in Noord-Dakota en Texas ontdekt zijn, ach, wat doet het ertoe. En ja, natuurlijk heeft technologische vooruitgang een grote rol gespeeld bij het schaliesucces, zij het minder groot dan de mythe doet voorkomen, maar zonder een hoge olieprijs en de toevallige omstandigheid van een extreem lage rentestand waardoor biljoenen dollars, euro’s, ponden en aanverwanten naarstig op zoek moesten naar schaarse manieren om relatief veilig een behoorlijk rendement te halen – een financialisering die trouwens ook de reden is waarom een doodgewone varkenscyclus zo uit de klauwen kon lopen: zodra een goed, of dat nu een huis of een vat olie is, object wordt van speculatie hapert de onzichtbare hand van de markt en worden de negatieve terugkoppelingslussen die prijsschommelingen dempen vervangen door een proces van positieve terugkoppeling, dat de neiging heeft prijzen naar grote hoogten en diepe dalen te stuwen – was de winning nooit tot een revolutie uitgegroeid. Zelfs het feit dat het schaliebedrijf al jaren achtereen honderden miljarden meer uitgeeft dan het verdient, dat het continu geld moet lenen om meer te produceren zodat het tenminste nog aan zijn renteverplichtingen kan voldoen, terwijl allang duidelijk is dat het geleende geld nooit meer terugbetaald gaat worden, is tot op zekere hoogte irrelevant. Want wil het oliebedrijf erin slagen de benodigde miljarden voor zo’n Arctische campagne bijeen te harken, wil het investeerders verleiden massaal geld te steken in een operatie waarvan de risico’s immens en de opbrengsten ongewis zijn, en in de volle wetenschap dat één foto van een oliebesmeurd zeehondje meer publicitaire schade berokkent dat duizend frackinggerelateerde aardbevingen, wil het al dat geld uit gewillige zakken kloppen, dan moet het een mythe scheppen die al even episch is als de onderneming zelf. En hoewel dat geboor in die kou vast heroïsche plaatsjes oplevert, is het vooralsnog onduidelijk wat de ingrediënten van zo’n megamythe zouden moeten zijn.

Nieuwe inzichten

Aan de vooravond van de Britse verkiezingen heeft premier Cameron zijn nieuwe energieplannen voor de volgende regeerperiode onthuld. Cameron, die er in 2010 nog naar streefde de ‘groenste regering ooit’ te vormen, stelt een drastische ommezwaai in het vooruitzicht. Als het aan de Conservatives ligt schrappen ze de klimaatwet en de feed-in-tarieven voor wind- en zonne-energie, gaan ze een hele vloot nieuwe kerncentrales bouwen en maken ze 2 miljard pond vrij voor onderzoek naar een thoriumreactor. Naar eigen zeggen heeft een autorit door Schotland hem tot nieuwe inzichten gebracht: ‘When I drove to Balmoral to visit The Queen last summer I was shocked to see once beautiful Scottish countryside now strewn with turbines. I could not believe that the Scottish Government had allowed Scotland to be trashed in this way. I made a pledge to myself  then that we must never allow this to happen to England.’ Misschien dat een ritje door Noord-Dakota de verstokte frackingfan ook op dat vlak het licht laat zien.

Waar geld zich voor eeuwig ter ruste legt

Michele Della Vigna, hoofd van de Europese afdeling Energieresearch van Goldman Sachs, legt de schuld voor het huidige olieoverschot bij de VS. Het zou helpen zijn als OPEC de winning terugschroeft, maar het probleem is in Noord-Amerika ontstaan, en daar moet het ook worden opgelost, zo zei hij tijdens een interview met CNBC. Daarmee klinkt hij een beetje alsof Standard Oil nog de scepter zwaait en de Texas Railroad Commission nog altijd bij machte is productiequota op te leggen, terwijl de Amerikaanse schaliewinning in werkelijkheid uit duizenden kleine en middelgrote bedrijven bestaat die alleen maar op volle sterkte kunnen pompen – of verzuipen. Die realiteit maakt ook meteen duidelijk waarom de VS nooit de rol van swing producer kan vervullen, zoals Kurt Cobb in ‘Lipstick on a Pig: America as the World’s Swing Producer of Oil’ terecht opmerkt.

Het goede nieuws voor Della Vigna is dat Le Monde een ‘Chute de la production Américaine de pétrole’ signaleert, een daling in januari van 36.000 vaten per dag, goed voor een kortstondige prijsstijging die door het voorlopige akkoord met Iran weer meer dan teniet werd gedaan.

En terwijl de financiële problemen zich in de schaliewereld almaar hoger opstapelen (zie hier, hier, hier, hier en hier), de export van de schaliewinning na grote problemen in Europa en China nu ook in Australië op barrières stuit en technologische innovaties het meer en meer tegen de geologische realiteit moeten afleggen, lijken de woorden van Wolf Richter, ‘Fracking is where money goes to die’, met de dag aan betekenis te winnen.

 



Comments are closed.