Archive for 2012

De oliedollar

May 8th, 2012 by Maarten Nijman

Ging de Irak-Oorlog om de oliedollar?

Bijdrage van Bas van der Hout
 
Het is een vaak gehoorde opmerking: "Amerika viel Irak binnen voor de olie. Dit is geen vreemde conclusie, aangezien er nooit massavernietigingswapens zijn gevonden en Amerika de olie in het land hard nodig had. Maar er speelde meer dan alleen het fysieke oliebelang dat Amerika zou hebben bij een inval in Irak, Irak bedreigde mogelijk ook de dollar als wereldreservemunt.
 

Embargo op Irak

Vier dagen nadat Irak Koeweit binnenviel gingen de sancties tegen Irak van start. Er werden door de VN economische sancties ingevoerd tegen Irak die de Irakese economie behoorlijke schade zouden toebrengen. De VS speelde hierin een grote rol. Er werd bijna een totaal handels en financieel embargo opgelegd. De officiële reden om dit embargo in te voeren, was om uit Irak uit Koeweit te laten terugtrekken en om ervoor te zorgen dat Irak haar massavernietigingswapens zou opgeven. Het embargo op Irak zorgde ervoor dat de VS Irak onder controle kon houden en dat was hard nodig. De VS heeft  veel invloed op de golfstaten zeker in landen als Saoedi-Arabië, maar op Irak (een van de belangrijkste olieproducerende landen in het Midden-Oosten) had de VS geen grip. Dat er nagenoeg geen bewijs was voor de massavernietigingswapens was blijkbaar ook geen probleem om verregaande sancties door te voeren. Maar de VS hield toen geen rekening met een ander “massavernietingswapen” van Irak: de olie-euro.

Euro's voor olie

De economische ellende die Irak trof door het embargo was bij de Irakeese bevolking flink te voelen. Saddam Hussein zocht een uitvlucht en kwam met een plan waar de meesten niet op hadden gerekend: hij wilde de dollar aanpakken. De dollar is als wereldreservemunt voor de VS van een onschatbare waarde en de VS zal er waarschijnlijk alles aan doen om dit zo te houden. De dollar als wereldreservemunt garandeert namelijk stabiele olieprijzen, omdat alle olietransacties in dollars moeten worden gedaan. In de VS hoeven importeurs van olie geen rekening te houden met wisselkoersen die fluctueren. Daarnaast is het zo dat andere landen ten alle tijden een flinke dollarreserve moeten hebben, omdat ze anders niet in staat zijn om hun grondstoffen in te kopen op de wereldmarkt. Deze verplichte reserves zorgen voor een behoorlijke extra vraag naar dollars, wat leidt tot een hogere dollarkoers. Het resultaat van deze constructie is dat de olie voor Amerikanen dus relatief goedkoop is. De VS is als enige in staat dollars te creëren, terwijl de rest van de wereld er goederen en diensten voor geeft om van deze munt gebruik te maken. Waarschijnlijk heeft het Oil-for-Food programm Saddam Hussein op het idee gebracht en in november 2000 maakte Saddam Hussein bekend dat de olietransacties van Irak in euro's zouden gaan plaatsvinden. Dit was voor de VS slecht nieuws. Andere olielanden (bijvoorbeeld Iran) zouden dit voorbeeld kunnen gaan volgen. Er kon een kettingreactie ontstaan van landen die de Amerikaanse dollar niet langer als enige wereldhandelsmunt zouden erkennen.

Geen halve maatregelen

Door deze zet van Hoessein was de kans op een oorlog een stap dichterbij gekomen. De VS had een toenemend aantal redenen om de heerschappij van Hoessein te beëindigen. De VS heeft vrij kort na deze stap maatregelen genomen om het tij te keren, het was duidelijk dat Saddam Hoessein zo snel mogelijk van zijn plek af moest. Amerika blies het verhaal van de massavernietigingswapens die Irak zou bezitten nog eens extra op en kwam met verschillende "bewijzen", waarvan al snel duidelijk werd dat ze geconstrueerd waren door de Amerikanen zelf. Op 20 maart 2003, tweeëneenhalf jaar naar de Euro-olie, vielen de VS en de Britten Irak binnen. De VS maakte vrijwel direct een einde aan de directe dreiging voor de dollar. Daarnaast werden vrij snel prachtige oliecontracten afgesloten met voornamelijk Amerikaanse oliemaatschappijen.

De grote vraag is of we nu met Iran weer in dezelfde kuilen gaan trappen. Het probleem voor de VS is groter, nu landen als Rusland, Japan en China minder negatief staan tegenover een alternatieve wereldreservemunt voor olie. Het is daarbij duidelijk dat de positie van de dollar als wereldreservemunt aan kracht inboet, zeker voor de handel in olie. We moeten maar hopen op een geweldloze oplossing van dit probleem.

Bronnen:

Wiki over de Irak oorlog
Documentaire "the whole truth about the Iraq war"
Wiki over Weapons of Massdestruction
Wiki over Petrodollar warfare
Wiki over invasion in Iraq
Energy Bulleting van Post Carbon Institute: Iranian Oil Burse

 

Saoedi-Arabië in 2023 olie-importeur?

April 19th, 2012 by Maarten Nijman

Nu de onrust rondom de boycot van Iraanse olie blijft toenemen, worden we gerustgesteld met de kennis dat Saoedi-Arabië de oliekraan verder open draait. Op onze site was al te lezen dat deze extra leveranties allerminst zeker zijn. De laatste resultaten van analyse met behulp van Hubbert linearisatie onderbouwen deze onzekerheid verder.

figuur 1

Saoedi-Arabië onder de loep

Op basis van de gegevens van British Petroleum heeft Alexander Jurjens voor stichting PeakOil Nederland een Hubbert linearisatie gedaan met het computerprogramma Sokath. Dit is één van de manieren om een productieprognose op te stellen. In tegenstelling tot Veld voor Veld analyses (zoals bijvoorbeeld wordt gebruikt door Koppelaar en het IEA), waar men meer rekening houdt politieke factoren, is de Hubbert linearisatie een wiskundige abstractie van de werkelijkheid. De analyse van deze cijfers over olievoorraden van Saudi-Arabië laten echter wel twee belangrijke zaken zien.

1. Saoedi-Arabië is het Peak Olie moment waarschijnlijk voorbij.

Het eerste wat opvalt in de analyse van Jurjens is dat op basis van de gegevens van BP een grafiek met een piekmoment in 2004 (figuur 1)figuur 2 beter past, dan een piek in 2021 (figuur 2). De groene lijn in figuur 1 is namelijk op basis van deze data de beste benadering van de (toekomstige) olie productie van Saudi-Arabië. In figuur 2 is de afwijking van de punten tot de lijn gemiddeld gezien groter is en de laatste punten liggen onder de groene lijn. En hoewel de kromme van figuur 2 ook past is deze dus minder betrouwbaar dan die van figuur 1.

2. Saoedi-Arabië wordt binnen twintig jaar olie-importeur.

Of een land importeur of exporteur is heeft te maken met de eigen olievoorraad en het gebruik. In het computerprogramma wordt hiervoor het Olie Export Model van geoloog Jeffrey Brown gebruik. Beide cijfers zijn in de analyse naast elkaar gezet en zo ontstaat een grafiek zoals in figuur 3. De jaarlijkse groei van de binnenlandse vraag ligt in Saoedi-Arabië de laatste 4 jaar gemiddeld boven de 7,5 procent per jaar. Als we die jaarlijkse groei doortrekken naar de toekomst, figuur 3zien we in figuur 3 dat in 2023 er geen olie meer wordt geëxporteerd uit Saoedi-Arabië. Zelfs bij een heel voorzichtige schatting van de groeiende binnenlandse consumptie van 2,5 procent – zo laag is sinds 1999 niet meer voorgekomen – zien we dat er in 2032 het omslagpunt wordt bereikt (figuur 4).

Wat betekent dit?

Het is niet waarschijnlijk dat de groeiende binnenlandse olieconsumptie van Saoedi-Arabië wordt teruggedrongen met het huidige beleid. Er is sprake geweest van een enorme bevolkingsgroei van bijna 10 miljoen inwoners in 1980 naar 27,5 miljoen in 2010. Het risico van een nieuwe Arabische Lente is te groot als de werkloosheid onder de relatief jonge bevolking oploopt.

figuur 4

En dan nog… Stel dat Saoedi-Arabië pas na 2030 olie-importeur wordt. Volgens de cijfers van BP bezit zij 1/5 van de wereldvoorraad. Als die stroom binnen twintig jaar volledig is opgedroogd, is de rest van de wereld daar dan al op voorbereid?

 

 

 

 

 

 

 

 

Kan de elektrische auto ons redden?

March 30th, 2012 by Peter Polder

 

Door Maarten Nijman
 
We investeren veel geld in de infrastructuur voor onze heilige koe; wegen, tunnels, ondergrondse parkeergarages. Natuurlijk zijn we ons bewust van de toekomstige problemen met de olievoorraden, maar tegen de tijd dat de olie bijna op raakt rijden we wereldwijd allang op alternatieve brandstoffen.
 
Met veel geruststellende woorden van regeringsleiders en woordvoerders uit de auto-industrie kunnen wij morgen weer zorgeloos met de auto naar het werk. De elektrische auto komt eraan. Maar hoe zit dat over 20 jaar? En wat betekent het bijvoorbeeld dat Volvo de productie van de elektrische C30 stopt?
 

Meer dan 1 miljard

In 2006 voorspelde de Wall Street Journal dat in 2020 de grens van 1 miljard auto’s op deze wereld zou worden bereikt. Een enorme groei ten opzichte van 2006. Op het moment van die voorspelling schatte men in dat er wereldwijd zo’n 750 miljoen auto’s rondreden. Een kwart daarvan in de VS. Het waren er al veel meer. Aantal auto's wereldwijd
De voorspelling is inmiddels achterhaald. In 2010, slechts vier jaar later, is de grens van 1 miljard auto’s gepasseerd. De groei van de autovloot gaat dus steeds sneller. Niet de VS, maar vooral China is hierin een belangrijke speler. Als we inzoomen op China valt op hoe hard het autobezit daar groeit. Tussen 2006 en 2010 is het autobezit meer dan verdubbeld.
 

Hoeveel auto’s kunnen we produceren

De groei van het aantal auto’s tussen 2006 en 2010 is gemiddeld ca. 3% per jaar. Hierin zit ook de stagnatie in 2009 als gevolg van de kredietcrisis. De meeste groei zit in het jaar 2010, waarin maar liefst 35,5 miljoen auto’s aan het wereldwijde wagenpark werden toegevoegd.
Maar we zijn nog iets vergeten. Er worden ook auto’s afgedankt en op de schroothoop gegooid. De groei die we in de eerste grafiek zien is al verrekend met alle afgedankte auto’s. Volgens voorspelling van Price Waterhouse Coopers uit 2011 gaat de auto-industrie wereldwijd in 2012 maar liefst 79 miljoen auto’s  produceren. Een stijging van 6,8 procent ten opzichte van 2011. Het is nog maar de vraag of deze voorspelling houdbaar blijkt in het huidige economische klimaat.
Maar stel voor het gemak eens dat we deze ambitieuze productiegroei kunnen voortzetten. Dus dat de industrie in staat is om de autoproductie per jaar te laten groeien met 6,8%. In 2020 produceert de auto-industrie dan maar liefst 133 miljoen auto’s. Bijna het dubbele van de van het aantal geproduceerde auto’s in 2011. De vraag is: kunnen we dan binnen 15 jaar wereldwijd elektrisch rijden?
 

Over naar elektrisch

Als we een volledig elektrisch wagenpark willen, moeten we alle huidige auto’s vervangen. Overigens, op dit moment is het aandeel elektrisch aangedreven auto’s zo marginaal dat we het kunnen verwaarlozen. Zelfs een optimistische voorspelling van de EU schat het aandeel elektrische auto’s in 2020 op 3 tot 4%.
Nu we weten hoeveel auto’s we per jaar aan het wagenpark kunnen toevoegen, kunnen we berekenen hoe lang het duurt voordat we de 1.015.260.800 auto’s van 2010 hebben vervangen. Een illustratief getal, de cijfers over 2011 zijn nog niet bekend. Er lijkt dan misschien hoop te ontstaan. Want dit hele verhaal kan wel eens eind 2023 afgerond zijn.
 
Dat wil zeggen…
Het jaar 2023 is reëel haalbaar als we dit jaar de totale auto-industrie kunnen laten omschakelen op productie van auto’s op alternatieve brandstof (meestal elektrisch). Er is er een aantal automerken dat werkt aan een volledig elektrische auto. Een meerderheid van de producenten heeft in het meest gunstige geval een enkel type hybride auto, in het slechtste geval uitsluitend benzine- en diesel auto’s. En – tekenend voor deze industrie – er zijn zelfs producenten zoals Volvo, die er tijdelijk mee stoppen wegens gebrek aan enthousiasme in de markt. Het omschakelen van de gehele auto- industrie binnen dit kalenderjaar kunnen we eigenlijk wel vergeten.
 
En er zijn nog wel een paar problemen, zoals de benodigde voorraden van bijvoorbeeld Lithium voor het vervaardigen van accu’s. Een elektrische auto zoals de Nissan Leaf heeft een accu van 200 Kg. Lithium is hiervoor een belangrijke grondstof (naast Magnesium, Aluminium, etc.). De huidige wereldwijde productie van Lithium is ongeveer 25.300 ton. De productie van miljoenen elektrische auto’s per jaar is daarmee volstrekt onmogelijk.
 
Dan is er nog de vraag hoe alle elektriciteit wordt opgewekt. De productie van stroom zal de komende decennia enorm moeten toenemen om al deze elektrische auto’s van energie te voorzien. Als dat op basis van kolengestookte centrales gebeurt, zal de vraag naar kolen enorm toenemen. Met alle gevolgen voor milieu en de prijs van steenkool.
 

De elektrische illusie

De huidige initiatieven van de auto-industrie zijn bijna lachwekkend als we ons realiseren dat de productie van gemakkelijk winbare olie sinds 2006 niet meer toeneemt. Deze dalende trend zet de komende jaren verder door, versterkt door de toenemende vraag. Het is een internationale illusie dat wij eenvoudig kunnen overschakelen op elektrische auto’s. Deze voorstelling die in het bedrijfsleven en in de politiek doorklinkt, blijkt totaal niet reëel. Of beter gezegd: er gebeurt op dit moment veel te weinig.
 
Als we onze huidige wijze van mobiliteit willen veiligstellen met de elektrische auto, dan had hij er al moeten zijn. En tenzij we in de komende twee jaar een enorme inhaalslag zien in de auto- industrie, zullen we andere vormen van vervoer moeten gaan overwegen.
 
We zullen ons innovatief vermogen moeten gaan inzetten op energie-efficiënte vormen van openbaar vervoer. We zullen naar een meer lokaal georiënteerde economie moeten kijken, waarbij vervoer tot een noodzakelijk minimum is teruggebracht. En we zullen hopelijk gaan ontdekken dat al die tijd die we in de file stonden toch al niet de gelukkigste uren uit ons dagelijks bestaan waren.

 

Reactie op olieprijs kamerbrief Verhagen

March 30th, 2012 by Peter Polder

 

Op 6 maart heeft de Tweede Kamer een reactie van de Minister van EL&I gevraagd op de bezorgdheid van de Kamer over de stijgende olieprijs en de gevolgen daarvan op de Nederlandse economie. Op 19 maart heeft Minister Verhagen in een brief daarop gereageerd.
 
Kort samengevat komt zijn antwoord neer op het volgende. Er is een structurele component in de prijsstijging, nl achterblijvend aanbod, en een element van bezorgdheid over de politieke situatie in het Midden-Oosten en de dreiging van een boycot van Iran.
Voor de lange termijn hoeven we ons echter geen zorgen te maken. De prijs zal in 2035 $ 120 bedragen (in constante $$), vooropgesteld dat er voldoende investeringen in nieuwe velden en  winningtechnieken zullen plaatsvinden. Er zou in ook 2035 nog ruim voldoende olie en gas beschikbaar zijn. Hij baseert zich daarbij op oude IEA rapporten en laat een belangrijk deel van het probleem onbenoemd. Peakoil Nederland vestigt graag de aandacht op het missende deel uit zijn verhaal. 
 
De antwoorden van het ministerie geven volgens vele deskundigen een veel te rooskleurige voorstelling van zaken. Dat is gevaarlijk, want de Nederlandse economie is zeer sterk olieafhankelijk. Ook daar hebben vele deskundigen al vaker op gewezen en het wordt tijd dat de Kamer zich dat realiseert en aandringt op adequate maatregelen om die afhankelijkheid sterk te verminderen. 
 
Less Crude.
De wereldwijde olieproductie en dus ook de olieconsumptie, beweegt zich al enkele jaren op een plateau van ca. 85 miljoen vaten (van 159 liter) per dag. De samenstelling van zowel de productie als de consumptie verandert echter structureel.
Al in 2010 heeft het IEA (Internationaal Energie Agentschap) in haar World Energy Outlook gewaarschuwd dat de olieproductie “becomes less crude”. Dat wil zeggen dat de conventionele olie uit de traditionele productiegebieden over haar hoogtepunt heen is en geschat wordt dat de structurele afname tussen 5 en 8 % per jaar bedraagt. Dat is een volume vermindering van 3–5 miljoen vaten per dag per jaar, op een totaal van ca 65 miljoen vaten in 2011. Dat houdt in dat er dit jaar 3-5 miljoen vaten per dag minder geproduceerd worden, volgend jaar 6-9 miljoen vaten, het jaar daarna 9-12 miljoen, enzovoort. In 2020 behalen we nog maar de helft van het huidige niveau.
 
Dat alles moet gecompenseerd worden, want de vraag uit de onwikkelende landen, vooral China zal blijven stijgen. Verbruikte China in 1980 nog 2 miljoen vaten per dag, in 2010 was dat 10 miljoen vaten en in dat zal in 2020 18 miljoen vaten zijn. Daarnaast komt er vanuit de OPEC landen steeds minder olie op de markt als gevolg van het snel stijgende eigen verbruik door de aanhoudend hoge bevolkingsgroei. De Saoedische olie-minister verklaarde onlangs, dat het eigen verbruik vóór 2025 8,5 miljoen vaten per dag zal zijn, ongeveer evenveel als hun huidige productie. De consumptie in de OESO landen, de VS voorop daalt weliswaar structureel, maar onvoldoende om de groei elders te compenseren.
 
 
Non conventionele olie of non economical oil.
Hoe kan de structureel afnemende productie van Crude Oil gecompenseerd worden, zodat het totale aanbod tenminste op het huidige plateau kan blijven, of zelfs groeien? Dan moet het stokje overgedragen worden aan de productie van non-conventionele olie. Dat is een hele serie van mogelijkheden: Teerzanden, Diepzeewinning, winning in het Noordpoolgebied, Shale oil, Ethanol uit biomassa en nog zowat.
Om daar uiteindelijk in 2020 tenminste 50 miljoen vaten per dag mee te produceren, een ruime verdubbeling in 8 jaar, is een illusie. Dat zou een groeiratio van 15% per jaar betekenen, uit bronnen die zeer moeizaam en tegen hoge kosten te exploiteren zijn. De exploratie van de Arctische gebieden bijvoorbeeld moet nog beginnen en het duurt zeker 5-7 jaar voordat er sprake zal zijn van enige significante productie volumes. De productie uit Teerzanden vergt nu al enorme hoeveelheden aardgas en water, zorgt voor grote uitstoot van CO2 en brengt onaanvaardbare ecologische schade toe aan de winningsgebieden. Verdere en significante uitbreiding zal wereldwijd op veel verzet kunnen rekenen en de mogelijkheden voor uitbreiding zijn begrensd. Bovendien de Energie-In versus Energie-Uit ratio kruipt steeds meer naar 1:1 (nu 1:2) toe, wat overigens geldt voor alle non-conventionele olieproductie, waarmee de vraag opportuun wordt: “Is dit alles nog wel economisch verantwoord?” Is er geen sprake van non-economische olie in plaats van non-conventionele olie? Zeker als alle externe effecten als kosten meegerekend worden. De marginale productiekosten liggen nu al ruim boven de 100$ per vat en dat zal alleen maar stijgen. De productie van conventionele olie gaat gepaard met marginale kosten tussen 30 en 40$ per vat; vandaar de enorme winsten die gemaakt worden bij de huidige marktprijs van 125$ per vat. Deze enorme winsten maken het mogelijk om de honderden miljarden investeringen in non-conventionele olie te realiseren. Dat zal, met het afnemen van de conventionele productie niet lang meer mogelijk zijn. Zo heeft bijvoorbeeld Shell nog voor ca 15 jaar eigen oliereserves. Die zijn echter niet in één keer op, dat gaat geleidelijk en dat maakt dat de investerings-window uit eigen middelen zich langzaam sluit. De vraag is gerechtvaardigd of er ooit voldoende publiek geld beschikbaar komt om dit investeringsniveau te kunnen handhaven. 
 
Maar dat is de wat langere termijn. Fatih Birol, de chef-econoom van het IEA heeft onlangs in een interview met de European Energy Review de noodklok over de korte termijn geluid. “Onze enige hoop om de komende 2-3 jaar een grote aanbodcrisis af te wenden is Irak. Dat is het enige OPEC land dat onontgonnen mogelijkheden heeft om de productie nog enigszins te verhogen. Maar ja, de politieke situatie daar is niet echt bevorderlijk om die mogelijkheden te benutten”.
 
Wat hij niet zei, want dat is nog steeds not-done, is dat de rest van OPEC al 25 jaar dezelfde “bewezen reserve” getallen hanteert, ondanks dat er in die 25 jaar ruim 300 miljard vaten opgepompt zijn. In feite is dat lucht in de aannames over toekomstige productiecapaciteit. Een voormalige topman van Saudi-Aramco, de nationale oliemaatschappij van het koninkrijk, Sadat al-Husseini, is daar heel stellig in. Net als over het feit dat de 38 grootste velden in het Midden-Oosten allemaal met de laatste fase van hun bestaan bezig zijn. Sadat’s analyse werpen ook een ander licht op de Saudische belofte het wegvallen van de Iraanse export op te vangen. 
 
Conclusie.
Op de oliemarkt ontstaat op heel korte termijn een significant schaarste probleem op dat een steeds groeiend gat laat ontstaan tussen vraag en aanbod. .Olie wordt daarmee een risicofactor voor de transportsector en de petrochemische industrie.
De hoge prijzen van dit moment zijn niet tijdelijk, evenals sterke prijsschommelingen. Dat heeft uiteraard in negatieve zin invloed op de wereldconjunctuur, ook de Nederlandse.
De beperkte beschikbaarheid van olie betekent dat voor Rotterdam een existentiële bedreiging. De twee grote ontvang- en mengterminals, die 7 raffinaderijen en tientallen chemische bedrijven bedienen, zorgen, samen met alle toeleveringsbedrijven, voor het gros van de werkgelegenheid in het Rotterdamse. Ook de scheeps,- en luchtvaart zien hun kosten scherp oplopen  Dat heeft een niet te onderschatten effect op de hele Nederlandse economie. Vasthouden aan de olieafhankelijkheid betekent slaapwandelend de volgende crisis in lopen. 
 
Stichting Peak Oil NL heeft in 2009, in een rapport aangeboden aan de energiewoordvoerders van de Tweede Kamer waarin een opsomming wordt gegeven van mogelijke maatregelen om de olieafhankelijkheid om laag te krijgen. Dat rapport is nog steeds actueel.  De Kamer vraagt zich af wat de gevolgen van de olieprijs zijn voor Nederland. Zij zal zich ook moeten afvragen hoe we van onze olie-afhankelijkheid af kunnen komen en of ze bereid is de daarmee samenhangende consequentie te accepteren. 
 
Maart 2012,
 
Stichting Peak Oil Nederland
Drs. Simon Kalf, voorzitter

Shell reclame ’250 jaar schoon gas’ onjuist

March 12th, 2012 by Peter Polder

Eind december 2011 is Shell een campagne gestart om de voordelen van aardgas aan de man te brengen. Daarbij was leidend "het is schoon en er is nog minstens voor 250 jaar genoeg van". Dat heeft nogal wat beroering doen ontstaan, omdat beide claims in die context uiterst discutabel zijn.
Het is voor Peak Oil Nederland aanleiding geweest om op 23 december en formele klacht bij de Reclame Code Commissie in tienen. Op 9 februari was de zitting van de RCC om de klacht formeel te behandelen. Daarbij kwam uiteraard het verweerschrift van Shell ter sprake en ook de pleitnota die n.a.v. dat verweer door ons geformuleerd was.

Read the rest of this entry »

Hoe olieverslaafd ben jij?

March 8th, 2012 by Peter Polder

 

Hoeveel co2 je uitstoot kun je overal testen, maar hoeveel olie gebruik je eigenlijk? en waar zit hem dat in?

Peakoil Nederland ontwikkelde een simpele test. Aan de hand van enkele simpele vragen geeft deze een ruwe indicatie van u persoonlijke oliegebruik. Meer weten? We komen graag langs bij groepen en verenigingen met de workshop Hoe olieverslaafd ben jij? waarin we ook dieper in gaan op wat het schaarser worden van olie in uw dagelijks leven kan betekenen, en hoe je zo min mogelijk olie gebruikt. Leuk, en leerzaam.

Doe de online test en zet je score op facebook, twitter of linkedin.   http://www.hoeveelolieverbruikjij.nl/