De olieprijs, complex maar cruciaal.

16 dec 2011. Bijdrage geleverd door .
De olieprijs is van groot belang voor de wereldeconomie, maar de invloed van complexe factoren maakt het lastig manoeuvreren, zegt David Strahan De olieproductie in de V.S. stijgt weer. Het land waar de olieproductie in 1970 piekte en vervolgens in ruin vier decennia met 40 % kromp heeft nieuwe wegen ontdekt. Tussen 2008 en 2010 veerde de productie met 800.000 vaten per dag terug naar 7.5 miljoen vaten per dag en de analisten voorspellen nog meer groei. Goldman Sachs voorspelt dat tegen 2017 de productie in de V.S. de 11 mb/d kan bereiken. Het land is weer terug in haar gloriedagen als grootste olieproducent van de wereld. Één oorzaak is een scherpe stijging van productie van “schalieolie”. In Noord-Dakota, Texas en Oklahoma gebruiken de bedrijven het hydraulische breken, ook wel “fracking”. Dit is een controversiële techniek die de aardgasproductie van de V.S. heeft hervormd. Hiermee kan men een breed scala aan vloeibare koolwaterstoffen uit niet-poreuze schalie halen, iets wat voorheen onuitvoerbaar werd geacht. Daniel Yergin, CEO van het energieadviesbedrijf IHS CERA, schreef onlangs in de New York Times dat de vernieuwingen zoals schalieolie onvermijdelijk zijn gezien de stijgende olieprijzen: “hogere prijzen bevorderen innovatie en moedigen mensen aan om slimme nieuwe manieren te bedenken om de productie te verhogen.” Hij gaat nog verder door te stellen dat “piek olie“ – het ogenblik waarop de globale olieproductie tegen de geologische grenzen botst en begint te dalen – voor bijna onbepaalde tijd kan worden uitgesteld. Uiteindelijk is de olie voorraad slechts één deel van het verhaal en de recente economische analyses werpen ander licht op de zaak. Mocht de wereld plotseling overspoeld zijn met olie, dan is iemand dat vergeten te vertellen aan de oliemarkt. De olieprijs blijft steevast boven $100 per vat Brent olie, de belangrijkste internationale benchmark. De meeste analisten bevestigen dat de levering het tempo van de vraag amper kan bijhouden, ondanks het verzwakken van westerse economieën. Maar als al die extra olie begint te stromen, hoe kan dit dan? Een deel van de verklaring ligt in onvoorziene verstoringen op korte termijn, zoals de ramp van de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico vorig jaar. Dit leidde tot vertraging van vele boorprojecten. En de Libische revolutie die wereldwijde levering met bijna 1.6 mb/d. verminderde. Het effect van deze gebeurtenissen zou na verloop van tijd langzaam moeten verdwijnen maar er zijn duidelijk grotere krachten aan het werk. Het produceren van olie wordt steeds lastiger. Niet dat het ooit gemakkelijk was. De hoeveelheid olie zoals die door huidige olievelden wordt geleverd daalt altijd, want zodra er olie uit een olieveld wordt gehaald, daalt de druk in het reservoir en komt de olie langzamer naar boven. Hierdoor moet de olie-industrie elk jaar nieuwe putten boren die geschikt zijn om rond 3 mb/d te leveren – oftewel 30% van de productie van Saudi-Arabië – enkel om de huidige productieniveaus te handhaven. Het vereist jaarlijks ruwweg nog eens 1.5 mb/d. om aan de groei in de globale vraag te beantwoorden. Tenminste, uitgaande van de huidige economische groei. Het dichtlopen van deze gaten wordt moeilijker aangezien de “gemakkelijke olie” schaarser wordt. De Oliebedrijven zoeken nu al aan de randen van de aarde – van de Falkland Eilanden tot aan het Noordpoolgebied. Men boort naar reservoirs die dieper en heter zijn en onder hogere druk dan ooit tevoren. Dit stelt de techniek voor nieuwe uitdagingen. En dat heeft als consequentie dat de kosten gigantisch stijgen en waarvan de gevolgen nog lang niet door iedereen worden begrepen. Op zee werken de bedrijven bij steeds grotere diepten. Bijvoorbeeld in de jaren ’80 en ’90, vond Petrobras, de staatsoliemaatschappij van Brazilië, het grootste deel van zijn olievelden onder ongeveer 3 kilometers zee en rots. In 2007, vond ze het Lula gebied, ongeveer 7 km diep. Lula boringen vergde 4 kilometer meer specialistische staalpijpen in een tijd waarin de staalprijzen wegens hogere energiekosten stegen. Maar ook op het vasteland nemen de kosten toe. De schalieolie “fracking” putten vergen een horizontale boortechniek, die wel vier keer zo veel staal vergt als de verticale boortechniek. Volgens analisten in JPMorgan, heeft de hele industrie last van deze ongebreidelde inflatie. Neem bijvoorbeeld de productie-investeringen van Exxon, deze stegen van $15 miljard per kwartaal in de jaren ’90 tot meer dan $100 miljard in het tweede kwartaal van 2008 – terwijl de geproduceerde hoeveelheid olie en gas nauwelijks veranderde. Een van de duurste olie komt uit het teerzand van Canada, met zijn enorme bovengrondse mijnen en energie-intensieve productieprocessen. Volgens investeringsbank Barclays moeten de nieuwe projecten hier tenminste $90 per vat opleveren om iets te gaan verdienen. Saudi-Arabië, het enige land met behoorlijke extra productiecapaciteit, kon een paar jaar geleden nog extra olie produceren tegen een lage prijs, maar nu niet meer. Ze hebben hun openbare uitgaven verhoogd na de Arabische Lente en nu is $95 per vat nodig om de begroting in evenwicht te houden. Deze druk, zegt Paul Horsnell, researchdirecteur van Barclays, houdt in dat de olieprijzen waarschijnlijk niet kunnen dalen tot onder dit niveau, tenzij de economie instort. Hij voorspelt $137 per vat in 2015, en $185 in 2020. Dus als er veel olie in de grond zit, maar het wordt duurder om het te produceren, kunnen wij dan zoveel produceren als wij willen zolang wij maar bereid zijn te betalen? Dat hangt er vanaf wat je genoeg noemt en wie er met “wij” wordt bedoeld, zegt Steven Kopits, US directeur van energieconsultancy Douglas Westwood. Het probleem is dat de hoge olieprijzen niet alleen oliemaatschappijen aanmoedigen om te vernieuwen, het beschadigt tegelijk nationale economieën – hoewel sommige landen veerkrachtiger zijn dan anderen. Een diepgaande historische analyse van Kopits toonde aan dat de V.S. in een recessie belanden zodra meer dan ongeveer 4.5 % van zijn BBP aan olie besteedt. Vandaag, zou dat gelijk zijn aan $90 per vat. Dat niveau geldt ook voor andere landen in de OESO club van rijke naties, zegt Kopits. Maar de feiten tonen aan dat China bereid is om meer te betalen; het krimpt pas zodra de olieaankopen meer zijn dan 6 percenten van het BBP bedraagt, dat is ongeveer $110 per vat. Deze ongelijkheid, zegt Kopits, ontstaat omdat China meer waarde toekent aan een vat olie. Een vat olie kan het leven van Chinese mensen ingrijpend veranderen – hen in staat stellen om voor het eerst met een auto te reizen, bijvoorbeeld. In het westen, betekent het verlies van een vat slechts het inruilen van een benzineslurper voor een zuiniger model. Maar olie is zo handig dat niemand vrijwillig inkrimpt, dus zullen de prijzen tot zeer pijnlijke niveaus moeten stijgen om rijke westerse consumenten tot bezuinigingen te dwingen. De eerste “piekolierecessie” is in 2009 begonnen, zegt Kopits. Een prijs van $147 per vat in combinatie de diepste recessie sinds de jaren ’30 en de consumenten van de OESO landen hadden geen grip meer op de olieprijs. Sinds begin 2008, daalde het olieverbruik van OESO met 4 mb/d, terwijl in niet-OESO landen – hoofdzakelijk in China – de consumptie steeg met 6 mb/d. De wereldwijde olieproductie steeg 2 mb/d tijdens die periode. De ontwikkelingslanden hebben dus alle extra productie, plus de verminderde consumptie van geïndustrialiseerde economieën verbruikt. “China koopt de olielevering van OESO op,” zegt Kopits, “en recessies zijn het mechanisme waarmee die olie van zwakkere economieën aan sneller – groeiende economieën wordt overgebracht” China is terechtkomen in een steeds snellere “motorisatie”. In 2010 haalde de autoverkoop in China die van de V.S. in, wat leidt tot vooruitzichten van zich herhalende olieprijspieken en recessies. Wij lijken nu een tweede piekolie recessie in te gaan, zegt Kopits, en meerdere zullen volgen. Op dit ogenblik is het een probleem voor het westen, maar de prijzen kunnen blijven toenemen tot niveaus die zelfs voor China onhaalbaar zijn. Vanuit deze visie is piekolie zowel een economisch concept zoals een geologische. De analisten van Deutsche Bank zijn optimistischer en voorspellen een uiteindelijke olieprijs piek van $175 in 2015 zal leiden tot snelle elektrificatie van vervoer, wat de druk op de olielevering zal verlichten. Maar Kopits twijfelt er aan of wij zo gemakkelijk kunnen ontsnappen. “Hou je vast,“ besluit hij, “er staat ons nog een dolle rit te wachten.” David Strahan is een energieverslaggever en een auteur van de Laatste Olieschok: Een overlevingsgids voor het dreigende uitsterven van de Mens van de Aardolie (John Murray) Dit artikel is een vertaling van het Engelstalige artikel: The price of oil is critical to the global economy, but the complex factors that decide it take some navigation.

  • http://cassandraclub.wordpress.com/ Hans Verbeek

    Goed verhaal, bedankt voor het vertalen, Peter.

    We gaan steeds meer geld besteden aan de winning van olie. Maar geld is niet zo’n groot probleem: we schijnen nog altijd geld te kunnen lenen en dat we pas over 5 of 10 of 30 jaar hoeven terug te betalen. Kijk naar aflossingsvrije hypotheken en de kwijtschelding van 50% (of 60%) van de Griekse schulden. Kennelijk kun je sjoemelen en misschien hoeven we onze schulden over 10 jaar niet terug te betalen.

    Als de VS 4,5% van het BBP aan oliewinning besteedt, dan besteedt de VS ook 4,5% van de beschikbare energie (brandstof) aan oliewinning.
    Dat betekent dat er nog maar 95,5% van de gewonnen aardolie nuttig besteed kan worden.
    De EROEI van oliewinning in de VS is dus 20:1.
    Waarschijnlijk is dit cijfer geflatteerd en bedraagt het werkelijke energieverbruik voor de winning van aardolie meer dan 4,5%.

    Het staat vast dat het energieverbruik van de oliewinning nog verder zal gaan stijgen.: in de VS en ook in de rest van de wereld. Er zal steeds minder aardolie netto besteed kunnen worden aan de rest van de economie.
    Op theoildrum.com een mooi artikel hierover van Leen Grandell:http://www.theoildrum.com/node/8582

  • phiro

    @openid-36974:disqus , klopt niet helemaal, de hogere kosten van winning en de hogere prijs voor olie houden elkaar in evenwicht. het wordt alleen steeds complexer om de olie winnen. Vooralsnog zijn de productie kosten veel lager dan de huidige marktprijzen en maken vele handen met niet de minste de overheden, grote winsten over de olie.
    Niemand is natuurlijk genteresseerd in het slachten van de gans met de gouden eieren en zo balanseert het geheel op een klein prijsgebied, duur genoeg om winst te maken maar laag genoeg om een economische teruggang over erger nog, nieuwe technologie, tegen te gaan.
    De schaarste en bijkomende prijzen zijn ook niet alleen een nadeel.
    Het schokt de ontwikkeling weer wakker en haalt bovendien de productie in verre landen weer terug naar de locale gebieden.