Rapportage: Hoeveel aardolie valt er nog te produceren?

15 april 2009. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.

Ondanks de dalende aardolieproductie in meer dan 30 van de 50 grote olieproducerende landen blijven er onderzoeken komen waarin wordt geconcludeerd dat er meer dan voldoende aardolie geproduceerd kan worden in de komende decennia om aan een scherp groeiende vraag te voldoen. Niet alleen sommige oliemaatschappijen maar ook een groot aantal wetenschappers denkt dat de piek in de aardolieproductie nog lang niet in zicht is. Zo stond in de laatste editie van de Energy Journal van de International Association of Energy Economists een artikel van een aantal wetenschappers van de Colorado School of Mines, Aguilera et al. (2009), waarin werd geconcludeerd dat dat de verwachting van een scherpe stijging in de olieprijs in de komende twee decennia naar een nieuw niveau rond 120 dollar per vat onterecht is. Een dergelijk hoog olieprijsscenario is ondermeer als basis genomen in de nieuwe World Energy Outlook 2008 van het Internationaal Energie Agentschap (IEA). De auteurs van de publicatie in de Energy Journal betwijfelen dus of het IEA tegenwoordig niet een te hoge olieprijs neemt voor haar toekomstscenario’s tot aan 2030

Peakoil Nederland analyseerde het artikel van Aguilera et al. (2009) uitgebreid in een 45 pagina tellende rapportage. Daarin wordt ingegaan op de te ontdekken hoeveelheden aardolie tot 2030, de technologische ontwikkeling waardoor meer oliereserves winbaar worden, ook wel reservegroei genoemd, en de ontwikkelingen van de oliemarkt op de korte termijn tot 2015. Deze rapportage waarvan de samenvatting hieronder is toegevoegd is hier te downloaden

De conclusie van Aguilera et al. (2009) wordt getrokken op basis van een berekening van het nog te ontdekken potentieel en de reservegroei van conventionele aardolie, met een resultaat van respectievelijk 1532 miljard vaten en 1070 miljard vaten. Vervolgens worden deze hoeveelheden uitgezet tegen een kostenschatting voor de productie waaruit zou moeten blijken dat rond de 3,500 miljard vaten nog te winnen zijn aan conventionele aardolie, afgebeeld in onderstaande figuur 1 afkomstig uit het artikel.

Figuur 1 – Geschatte hoeveelheid ‘makkelijk’ winbare of conventionele aardolie uitgezet tegen de geschatte kosten van winning uit Aguilera et al. (2009)

Daarbovenop worden de totale hoeveelheden aan ‘moeilijk’ winbare of onconventionele aardolie even opgeteld tegen een zeer ruwe schatting van de kosten van winning, afgebeeld in onderstaande figuur 2 afkomstig uit het artikel.

Figuur 2 – Geschatte totale hoeveelheid ‘makkelijk’ winbare conventionele aardolie plus conventioneel aardgas plus onconventionele aardolie uitgezet tegen de geschatte kosten van winning uit Aguilera et al. (2009)

Dergelijke berekeningen komen betrouwbaar over aangezien ze gepubliceerd worden in een peer-reviewed wetenschappelijk journal. Zonder al te veel achtergrondkennis worden de aannames en mogelijke fouten die de wetenschappers maken al snel over het hoofd worden gezien. Op basis van een vijftal redenen kan de berekening en daarmee gepaard gaande conclusie van Aguilera et al. (2009) dat er in de komende decennia voldoende aardolie beschikbaar is in twijfel worden getrokken:

  1. Data uit USGS (2000) wordt gebruikt waarin het potentieel aan toekomstige ontdekkingen te optimistisch is geschat. Terwijl 30% van de periode van 1996 tot 2025 aangegeven door de USGS verstreken is, is 12,7% van het potentieel aan reserves ontdekt.
  2. Ten tweede vanwege de dubbeltelling van reservegroei omdat de onjuiste aanname wordt gemaakt dat de USGS de reservegroei in nog niet ontdekte olievelden niet berekend zou hebben.
  3. Ten derde vanwege het niet meenemen van een groot aantal limiterende factoren, waaronder de beschikbaarheid van water en aardgas, die meespelen in de productie en het kostenverloop van onconventionele aardolie.
  4. Ten vierde vanwege de directe vergelijking van conventionele aardolie met onconventionele aardolie, terwijl de productiemechanismen en productiesnelheid sterk verschillen.
  5. Ten vijfde omdat het niet waarschijnlijk is dat het kostenplaatje van één of enkele jaren geëxtrapoleerd kan worden naar de gehele toekomst. De kosten veranderen met de tijd vanwege kostendalingen door technologische innovaties, en kostenstijgingen omdat de kwaliteit van de aardolie en de grootte van de velden afneemt en vanwege steeds moeilijkere wingebieden. De gebruikte economische schatting is gelimiteerd en geeft weinig houvast. Een betere methode zou het analyseren van de investeringskosten en variabele kosten over een langdurige tijdserie per olieprovincie moeten behelzen.

Een betere schatting voor de nog te vinden hoeveelheid aardolie is te vinden in een extrapolatie van het cyclische dalende ontdekkingspatroon sinds 1960 hetgeen een resultaat van circa 250 miljard vaten geeft. De aanname voor reservegroei van de USGS van 730 miljard vaten tussen 1996 en 2025 is tot nu toe een goed uitgangspunt gebleken. Tussen 1 januari 1996 en 1 januari 2004 is 28% of 171 miljard van de 730 miljard vaten aan verwachte reservegroei gerealiseerd (Klett et al. 2005). Voor het verloop van de aardolieproductie op de lange termijn, in de komende 20 tot 30 jaar, is het nodig om meer inzicht te verkrijgen in het productiepotentieel van zowel Non‐OPEC als OPEC. Op basis van de huidige reserves is het potentieel voor productiegroei in Non‐OPEC onvoldoende en zal een structurele dalende trend inzetten in de komende jaren. Van de reserves in met name OPEC Midden‐Oosten is weinig bekend vanwege het gebrek aan data afkomstig van betrouwbare partijen wat het onzeker maakt of OPEC voldoende productiepotentieel op gang kan brengen om de daling in Non‐OPEC kan compenseren in de periode tot 2020 en mogelijk daarna.

Referenties

Aguilera, R. F., Eggert, R.G., Gustavo Lagos, C.C., Tilton, J.E., 2009, Depletion and the Future Availability of Petroleum Resources, The Energy Journal, Vol. 30, No.1, pp. 141‐174.

Klett, T.R., Gautier, D.L., Ahlbrandt, T.S., 2005, An evaluation of the U.S. Geological Survey World Petroleum Assessment 2000, American Association of Petroleum Geologists Bulletin, Vol. 89, No. 8, pp. 1033‐1042.

USGS, 2000, World Petroleum Assessment 2000, Denver: USGS Information Services, 514 pagina’s.

Reactie's

  • Remco Gerlich

    Indrukwekkend werk weer! Proberen jullie dit soort reacties ook in wetenschappelijke bladen te publiceren?

    Ik ben overigens op zoek naar een beknopte, 20-pagina’s-Powerpoint achtige uitleg over de waarschijnlijke echte reserves en de snel naderende crisis (en eventueel effecten voor Nederland) om bekenden te laten lezen. Liefst inclusief effecten als Export Land Model… Heeft iemand een tip?

  • http://filosofie.be Onno

    Kijk eens op de website van Matthew Simmons die heeft veel powerpoint presentaties staan

  • Roelof

    Goed verhaald idd!

    mocht zo’n powerpoint er zijn dan heb ik ook interesse.

  • Matthijs Coersen

    Een geweldig artikel Rembrandt, echt klasse. Ik vraag me echt af wat de auteurs van dit artikel snappen van peak oil. Ze doen veel aannames en laten veel aspecten buiten beschouwing. Dat getuigd niet van een objectieve kijk op zaken.

    @ Remco en Roelof: Mochten jullie interesse hebben in een presentatie die op die aspecten ingaat kan ik jullie wel helpen. mail me op: coersen (punt) matthijs (at) gmail (punt) com

  • Ronald

    Het valt me op in de tweede grafiek (figure 6), dat verreweg het grootste deel van de volume groei zit in de zware olie en oliezanden (vermoedelijk verwanten van elkaar) en in de ‘oil shale’.

    Welnu, zonder te pretenderen expert op dit gebied te zijn: uit diverse deskundige bronnen heb ik begrepen, dat de totale reserves aan oliezand (met name Canada) en vergelijkbare extra-zware olie (met name Venezuela) eerder zo’n 3500 gigavaten bedragen en dat ook de experts zelf ervan uitgaan, dat slechts een klein % (5 à 10) hiervan uiteindelijk exploiteerbaar zal zijn. Dus ruwweg zo’n 180 tot 350 gigavaten.

    En vwb de befaamde oil shale van Colorado/Utah (Green River formation): de vraag is zeer of dit überhaupt ooit technisch en commercieel haalbaar zal worden. Dit gesteente bevat nl. niet eens aardolie, maar een veel laagwaardiger substantie (kerogeen), die er slechts met zeer grote energie investering uit te halen is. Daarbij is de schatting vermoedelijk ook veel te hoog: volgens door mij geraadpleegde bronnen is die wereldwijd eerder zo’n 3000 gigavaten (ipv de 14000 in de grafiek), waarvan zeker de helft in de Green River.
    Daarbij is de opgeleverde hoeveelheid energie tov de input erg ongunstig: Shell schat de EROEI op zo’n 3 à 4 (en dit kan zelfs nog wel eens te optimistisch blijken, omdat ik er niet zeker van ben dat hier de raffinage tot hoogwaardiger olie al is meegerekend).

  • http://www.enerconstruct.nl hj

    De energieproblemen komen inderdaad vooral voort uit de steeds verslechterende hoeveelheid energie die de consument ontvangt, er is een steeds hoger input aan energie nodig. Denk aan Lng, oliezanden, diepwaterproductie etc.

    De tijd waarbij voldoende reserves snel en flexibel beschikbaar zijn is voorbij, zelfs in saudi kost olie omhoog krijgen inmiddels moeite. De hoeveelheid energie die voor de consument beschikbaar komt daalt of blijft gelijk. De vervuiling neemt toe, de outsider zijn kolen, zijn we bereid onze leefomgeving en gezondheid nog verder in gevaar te brengen.

    De aarde overleeft het wel om ongegeneerd met fossielle energie verder te gaan, de mensen niet. In theorie zijn de reserves er maar de bereikbaarheid en benodigde energie maken productie lastig.

  • Gert Visser

    HJ
    Helemaal niet waar joh! De olieboeren kunnen hun opgepompte goud aan de straatstenen niet kwijt. Van ellende trachten ze minder op te pompen, maar dat lukt nog niet zo best begreep ik. Dus voorlopig geen schaarste. En de mensen overleven al die fossiele energieconsumptie wel hoor, sterker nog, met dank aan de oliewelvaart worden we met z’n allen ouder dan ooit tevoren!

  • Jan van Beilen

    Eigenijk is het de verkeerde vraag. De juiste vraag is: hoeveel mogen we nog produceren?

    Het nieuwste onderzoek gepubliceerd in Nature (http://www.nature.com/news/2009/090429/full/4581091a.html) laat zien dat we waarschijnlijk maar een kwart van de beschikbare fossiele brandstoffen mogen gebruiken. Alleen als dat lukt is de kans groot dat we onder 2°C toename blijven.

    Zodra de gevolgen van het toenemende broeikaseffect te duidelijk worden, wordt de uitstoot van CO2 steeds minder acceptabel, dus ook het gebruik van olie voor de mobiliteit.

blog comments powered by Disqus
Creative Commons License