Uit de krochten der wetenschap (4)

22 augustus 2008. Bijdrage geleverd door Andreas Ligtvoet.

Op verzoek van Rembrandt heb ik een kritische beoordeling van de voorspellingen van het IEA voor China uit Energy Policy bekeken. Het mag ons ondertussen alhaast niet meer verbazen dat de analyses van het IEA als te rooskleurig worden afgeschilderd. Hoewel ik het graag met de auteurs eens zou willen zijn, vind ik dat ze een denkfout maken die helaas ook nog vaak door Peakoilers gemaakt wordt: economische groei wordt als een autonoom fenomeen beschouwd.

Op zich is de analyse van Nel & Cooper wel interessant:om te kijken wat het olieverbruik per hoofd van de Chinese bevolking zou moeten zijn, vergelijken ze de verhouding verbruik/BNP voor alle landen. Nadat ze een aantal buitenbeentjes hebben weggefilterd (eiland-staatjes, OPEC-landen, de VS, Canada, Nederland? en België?) beschrijven ze de verbruik/BNP relatie met een Gompertz-curve, hetgeen onder economen wel vaker schijnt te gebeuren. Er blijkt een verzadigingsniveau van rond de 14 vaten per persoon per jaar op te treden bij een bepaalde koopkracht (de koopkracht wordt gestandaardiseerd berekend, omdat je immers in China voor 1 US$ veel meer kunt kopen dan in de VS). Hoewel de IEA wel verwacht dat China dat koopkrachtsniveau zal bereiken, gaan ze ervan uit dat China in tegenstelling tot zo’n beetje alle andere landen in de wereld niet het ‘bijbehorende’ olieverbruik zal vertonen, maar significant minder (zie het plaatje hieronder). Nel & Cooper beargumenteren dat als China zich wel ontwikkelt als de rest van de wereld, het verwacht verbruik in 2015 met zo’n 5 miljoen vaten per dag zal stijgen en in 2030 met meer dan 13 miljoen vaten per dag.

Wat vergeten wordt (of wat de auteurs in ieder geval niet vermelden), is dat economische groei helemaal niet los gezien kan worden van het verbruik van energie. Een gat dat gedurende de jaren steeds groter wordt kan niet bestaan: er vindt vraagvernietiging plaats, en dat is natuurlijk precies waar we bang voor zijn. Waar dat toe leidt, weet niemand precies. Jones, Leiby & Paik concluderen in ieder geval dat intra- en intersectorale reallocaties gaan plaatsvinden evenals recessies. Geen geruststellend vooruitzicht.

Reactie's

  • Dr. Wijnandt T. de Vries

    Interessant… Nu dit kort-door-de-bocht-jargon vertalen in begrijpelijk Nederlands zodat ook “normale” lezers begrijpen wazar het over gaat.

    Bij voorbaat mijn dank voor de vertaling!

  • koen

    Meneer De Vries, ik doe even een poging:
    De chinezen zullen waarschijnlijk nooit leren verkwisten als wij van kindsbeen af geleerd hebben.
    Dat ze hun levenskwaliteit en comfort willen verbeteren dat is bijna zeker, maar het zal efficiënter gebeuren, en met modernere middelen dan bij ons.

  • Andreas Ligtvoet

    Oei, doe ik mijn best om kort en bondig te zijn, vergeet ik het helder op te schrijven. Nogmaals een poging, waarbij ik nog korter en bondiger word:

    1. De IEA voorspelt dat het olieverbruik in China net zo zal groeien als de afgelopen decennia.
    2. Nel & Cooper zeggen echter dat nu China rijker wordt, ze nog veel meer olie zullen verbruiken. Ze baseren hun uitspraak op een vergelijk met andere landen in de wereld.
    3. Ik zeg dat de vraag naar olie niet los gezien kan worden van het aanbod. Als de vraag het aanbod overtreft dan zullen bepaalde landen of industrieën genoodzaakt zijn hun vraag aan te passen.
    4. Jones, Laiby & Paik zeggen dat olieprijs shocks gepaard gaan met recessies en met malaise in bepaalde industriële takken.

    Da’s de essentie. Hopelijk helpt dit.

blog comments powered by Disqus
Creative Commons License