Algen de ideale biobrandstof
4 mar 2008. Bijdrage geleverd door De Redactie.Algenbouw biedt grote mogelijkheden en lijkt duidelijk de meest logische keuze te zijn voor de grootschalige productie van biobrandstoffen. Ondanks dit en de grote nadelen en beperkingen van de huidige generatie biobrandstoffen bestaat er helaas nog steeds weinig aandacht voor algenbiobrandstof.
Belangrijke redenen voor het feit dat algenbiobrandstof momenteel nog niet op grote schaal gebruikt wordt, zijn dat algenbouw technologisch gezien veel complexer is dan de productie van biobrandstoffen uit landbouwgewassen en dat de olieprijs jarenlang erg laag is geweest. Hierdoor is in het verleden relatief weinig gedaan om algentechnologie te ontwikkelen en in de markt te zetten. Maar met de hoge olieprijzen van de laatste tijd begint hier verandering in te komen en zijn er zelfs al enkele bedrijven begonnen met de commerciële productie van brandstof uit algen.
De productie van biobrandstoffen is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Tussen 2000 en 2005 heeft er een verdubbeling van de wereldproductie plaatsgevonden. Vooral de productie van ethanol uit maïs in de Verenigde Staten is enorm toegenomen. In Europa wordt vooral biodiesel gebruikt. Duitsland is de wereldmarktleider op het gebied van biodiesel en produceert het grootste deel van deze brandstof uit koolzaad. Zowel in de VS als Europa heeft men grote plannen met biobrandstoffen. In de VS heeft de Bush-regering de doelstelling gezet om 20% van de benzineconsumptie in het land in 2017 vervangen te hebben door het gebruik van biobrandstoffen. In de Europese Unie is de doelstelling voor 2010 om 5,75% van alle autobrandstoffen uit biobrandstof te halen en 10% in 2020. Echter, het begint steeds duidelijker te worden dat uitbreiding van de productie van de huidige generatie biobrandstoffen om meerdere redenen zeer onwenselijk is.
De grootschalige productie van biobrandstof uit gewassen zoals maïs, koolzaad, soja, suikerriet, etc. vereist zeer veel landbouwgrond, wat grote gevolgen heeft voor de voedselvoorziening (voedselprijzen, voedselzekerheid). In de VS wordt inmiddels ongeveer een kwart van de maïsproductie tot ethanol gebrouwen. Samen met de snel groeiende vraag naar voedsel in de wereld leidt het toenemende gebruik van landbouwgewassen voor biobrandstofproductie tot de behoefte aan steeds meer nieuwe landbouwgrond. De gevolgen voor het milieu zijn groot. Dit komt doordat bij het ontginnen van gebieden (zoals tropisch regenwoud, savannen en prairies) voor het verkrijgen van nieuwe landbouwgrond enorme hoeveelheden CO² vrijkomen. Die zijn niet alleen afkomstig van het verwijderen van de bovengrondse vegetatie, die vaak wordt verbrand of anderszins vergaat, maar komen ook en vooral uit de bodem. Als die bodem jaarlijks of nog frequenter wordt geploegd en omgewerkt gaan de achtergebleven wortelresten en organische stoffen verteren en oxideren tot CO². Uit recent onderzoek – op 7 februari jl. met voorrang geplaatst op het internet door het wetenschappelijke tijdschrift Science – is gebleken dat het 93 jaar duurt voor het nuttig effect van het gebruik van ethanol uit maïs het schadelijk effect van de ontginning van de Amerikaanse prairie heeft gecompenseerd. Voor biodiesel uit soja die wordt geteeld op ontgonnen regenwoud in Brazilië geldt zelfs een termijn van 320 jaar. Het minst ongunstig ligt de zaak nog bij de productie van ethanol uit suikerriet op opgeofferde Braziliaanse savanne. Daar is de aflossingstijd 17 jaar.[i]
Behalve het feit dat er grote hoeveelheden landbouwgrond nodig zijn voor de productie van de huidige generatie biobrandstoffen – met alle negatieve gevolgen van dien – leveren deze brandstoffen over het algemeen ook nog eens een laag tot zeer laag energierendement op. De verhouding tussen fossiele energie die nodig is om maïsethanol te maken (input) en de energie die in de biobrandstof zit (output) ligt slechts op 1:1,3. Voor biodiesel uit koolzaad is dit 1:2,5 en voor rietethanol zo’n 1:8.[ii] Ter vergelijking: voor het winnen van olie in Saoedi-Arabië ligt deze verhouding waarschijnlijk op ongeveer 1:10 en in de VS op 1:3. De conclusie is dat de huidige biobrandstofproductie in te grote mate afhankelijk is van fossiele energie, met name olie (kunstmest, tractoren), om een daadwerkelijk duurzaam alternatief als transportbrandstof te kunnen zijn. Biobrandstoffen kunnen op vele manieren geproduceerd worden, maar grootschalige productie op een duurzame wijze is onmogelijk met de productiemethoden die op dit moment gebruikt worden. Om dit wel mogelijk te maken is het een vereiste dat zowel de opbrengst per hectare als het energierendement van de gebruikte productiemethode zeer hoog zijn. Het goede nieuws is dat de ideale technologische oplossing hiervoor nu binnen handbereik lijkt te zijn, namelijk de productie van biobrandstoffen uit algen.
Met de olie uit algen kunnen biodiesel en andere brandstoffen (zoals vliegtuigbrandstof) geproduceerd worden. De jaarlijkse opbrengst in energie gemeten in megajoules per hectare zou bij de productie van brandstof uit algen zo’n 275 keer groter kunnen zijn dan met maïs mogelijk is en ruim 100 keer groter dan met sojabonen. Een belangrijke reden voor de grote verschillen in opbrengst is dat algen de snelst groeiende plantensoort op aarde zijn. In tegenstelling tot landbouwgewassen en andere planten zijn algen in staat om hun massa binnen enkele uren te verdubbelen. De opbrengst per hectare bij algenbouw maakt het mogelijk dat 0,5% van de totale oppervlakte van de Verenigde Staten voldoende zou zijn om aan alle oliebehoefte voor transport in het land te kunnen voldoen.[iii] Behalve de zeer hoge opbrengst per hectare zijn er nog andere grote voordelen van algenbouw. Ten eerste is voor algenbouw landbouwgrond geen vereiste. Andere bodemsoorten zijn ook geschikt. Met name de beschikbaarheid van zonlicht is belangrijk voor het mogelijk maken van fotosynthese. Met behulp van veel zonlicht groeien planten en dus ook algen op een hoger tempo. Een ander voordeel van algenbouw is dat kunstmest, waarvoor grote hoeveelheden olie nodig zijn als grondstof, niet nodig is. Dit zorgt er voor dat het energierendement van brandstofproductie uit algen hoog is en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen laag.
Het meest bekende onderzoek dat verricht is op het gebied van algenbiobrandstof is gefinancierd door het Department of Energy (DOE) en uitgevoerd door het National Renewable Energy Lab (NREL) in de Verenigde Staten. Dit initiatief van NREL, dat bekend staat als het Aquatic Species Program (ASP), was voornamelijk gericht op het produceren van biodiesel uit algen met een hoog vetgehalte die werden gekweekt in speciale vijvers. Hierbij werd tevens gebruik gemaakt van de emissie van CO² uit kolencentrales om de algen nog sneller te laten groeien. Ondanks het op veel punten zeer geslaagde onderzoek werd na bijna twee decennia (van 1978 tot 1996) besloten om het ASP stop te zetten, omdat de olieprijzen op dat moment veel te laag waren voor algen om concurrerend te kunnen zijn. In Japan, waar een vergelijkbaar onderzoeksprogramma heeft plaatsgevonden kwam men halverwege de jaren ’90 tot een zelfde conclusie, waardoor ook hier het onderzoek werd stopgezet. In totaal werd voor het ASP in 18 jaar tijd $25 miljoen dollar geïnvesteerd. Gemiddeld per jaar was dit 5,5% van het totale budget van NREL voor onderzoek naar biobrandstoffen.
De laatste inschattingen voor de productiekosten van algenbiodiesel gedurende het ASP werden in 1995 gemaakt. Deze lieten zien dat de kosten per gallon (1 Amerikaanse gallon is 3,785 liter) ergens tussen $1,90 en $6,00 (aangepast voor inflatie naar 2007 dollars) zouden liggen, gebaseerd op korte en lange termijn vooruitzichten met betrekking tot de ontwikkeling van algentechnologie. Het feit dat de spotprijs voor conventionele diesel zich in 2007 definitief ruim boven de $2,00 per gallon genesteld lijkt te hebben (begin dit jaar is de dieselspotprijs zelfs al even boven de $2,70 uitgekomen) is positief voor de ontwikkeling van algenbiodiesel en andere algenbiobrandstoffen. Bij dit prijsniveau begint het vanuit commercieel oogpunt interessant te worden om deze technologie verder te ontwikkelen.
[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=_ToojK_MJd0[/youtube]
Inmiddels zijn meerdere bedrijven, voornamelijk in de Verenigde Staten, hiermee bezig. De meest bekende voorbeelden hiervan zijn GreenFuel Technologies (strategische alliantie met het Duitse IGV), Solix Biofuels, Algae Biofuels (eigendom van PetroSun Drilling), Green Star Products, Veridium (onderdeel van GreenShift), Global Green Solutions (joint venture met Valcent), Aquaflow Bionomic Corporation, Kwikpower, Solazyme en Nanoforce Technologies. De grote mogelijkheden van algentechnologie lijken ook doorgedrongen te zijn tot de olie-industrie. In december vorig jaar maakte Shell bekend dat het een joint venture is aangegaan met HR Biopetroleum onder de naam Cellana, met als doelstelling het ontwikkelen en produceren van biobrandstoffen uit zeealgen. Deze joint venture begint een demonstratieproject aan de kust van Hawaii. Sinds kort is ook Chevron actief op het gebied van algen. Samen met Solazyme gaat Chevron zich bezighouden met het ontwikkelen en testen van een industrieel proces voor het produceren van algenbiodiesel.
Behalve de nieuwe activiteiten van het Brits-Nederlandse Shell op het gebied van algen wordt ook in ons eigen land gewerkt aan het ontwikkelen en in de markt zetten van biobrandstoffen uit algen. Professor Hein de Baar, hoofd van de onderzoeksgroep mariene biologie van de Rijksuniversiteit Groningen, is van mening dat “algen de ideale biobrandstof” vormen en wil in Nederland een algenkweekproject opzetten. Het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is inmiddels al bezig geweest met enkele kleine proefprojecten met fotobioreactoren voor algenteelt. Verder kan gemeld worden dat de onderneming GreenFuelSystems gevestigd in Heerhugowaard actief is op het gebied van algentechnologie. Zij hebben het afgelopen half jaar onderzoek gedaan naar goed werkende algensystemen en bieden advies op het gebied algenbioreactoren.
Voor meer uitgebreide informatie en nieuws op internet over energie uit algen en de ontwikkelingen op het gebied van algentechnologie is de website www.oilgae.com zeer interessant.
[i] NRC Handelsblad, “Met bio meer broeikas. Teelt biobrandstoffen pakt voor klimaat dramatisch slecht uit.”, door Karel Knip, zaterdag 9 februari en zondag 10 februari 2008, Wetenschap en Onderwijs, p.41.
[ii] National Geographic Magazine, “Groene dromen. Is biobrandstof de alternatieve energiebron waar onze planeet naar smacht?”, Joel K. Bourne Jr., oktober 2007, p.52-75.
[iii] Eigen berekening op basis van gegevens van “Widescale Biodiesel Production from Algae”, Michael Briggs, University of New Hampshire, Physics Department, augustus 2004 (laatst bekeken op 23-02-08).
-
http://hardloperhans.logt.cc Hans
-
Gerben
-
phiro
-
Marc
-
http://hardloperhans.logt.cc Hans
-
Jan
-
phiro
-
Jan
-
Peter
-
Jan
-
http://www.permacultuurnederland.org douwe
-
Jan
-
Peter
-
Peter
-
Bart
-
jk
-
http://hardloperhans.logt.cc Hans
-
Bart
-
Bart
-
mechanieker
-
Jan
-
http://www.guldenlijn.nl/windparken/mwiki Henk Daalder
-
phiro
-
oilrebel
-
Bart
-
Koen
-
Bart
-
oilrebel
-
Bart
-
oilrebel
-
PhiRo
-
mechanieker
-
Ronald
-
Ronald
-
Ronald
-
Klaas
-
Mechanieker
-
Bart
-
Jan
-
mechanieker
-
Hans
-
phiro
-
Bart
-
Ronald
-
Bart
-
oilrebel
-
http://www.guldenlijn.nl/OnzeZonnestroom Henk Daalder
-
Ronald
-
Bart
-
Bart
-
Ronald
-
Jan
-
Bart
-
Jan
-
PhiRo
-
Jan
-
http://www.polderpv.nl polderjongen
-
Bart
-
henricus
-
Frank
-
phiro
-
david strik
-
Rembrandt
-
Herman
-
http://www.lgem.nl Sander Hazewinkel
-
http://securityinternet.org/ Security Inernet