Q&A deel 6: Invloed technologie leidt tot plateau?

2 oktober 2007. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.

aspo_conf.pngDe vragen van onze reaguurders beantwoord door de experts op de afgelopen ASPO conferentie verschijnen deze week. Elke dag verschijnt het antwoord op een van de vragen.

Sander: “Rerserves zijn een functie van fysieke hoeveelheid in de grond en de economische winbaarheid. Nu de prijs van olie zo snel gestegen is zou je verwachten dat de winbare hoeveelheid dus de reserves ook toegenomen zijn. In hoeverre en met welke timelag speelt dit effect mee?”

plat_piek.png

Voor de toekomst van onze economie is het extreem belangrijk hoe de piek en daling van de aardolieproductie verloopt. Als de productie een scherpe piek kent waarna ze ieder jaar met een aantal procent daalt, dan zal het heel moeilijk worden om de energietransitie met weinig economische impact te voltooien. Wanneer de productie echter afvlakt en tot een decennia of meer op een plateau blijft, waarna de daling langzaam inzet, dan is de stabiliteit van de economie beter gewaarborgd. Stabiliteit die benodigd is om de toename in alternatieve energiebronnen voldoende op te schalen om aardolie op den duur na decennia te gaan vervangen.

Binnen de wereld van de serieuze voorspellers zonder grote belangen bestaan beide scenario’s. De beste publicatie met betrekking tot het snelle piek scenario is afkomstig van de Uppsala Hydrocarbon Study Group, waar wetenschapper Fredrik Robelius vier jaar lang heeft lopen nadenken voor zijn doctoraalscriptie over het vraagstuk (download PDF hier). Het plateau scenario wordt inmiddels openlijk omarmd door de World Energy Council en de BGR, maar ook door individuele experts zoals Ray Leonard (luister interview via link rechtsbovenin).

Het verschil in verwachting zit in de benadering van het probleem wanneer het gaat om de optimalisatie van de aardolieproductie. We weten dat er voldoende aardolie in de grond zit om in theorie nog tot aan 2050 of langer door te consumeren, dat is wat Rein Willems, de President directeur van Shell Nederland bedoelt met “we hebben pas 25% van de aardolie geconsumeerd”. Dat het niet gaat om de hoeveelheid aardolie die nog resteert in de grond is iets wat het publiek alleen vaak niet begrijpt. De grote vraag is hoesnel de aardolie uit de grond kan komen, om onze auto’s van brandstof te voorzien en plastics te creëren. Het gaat om de tap” niet om de tank.

De scherpe “piekers” kijken vooral naar de geologische factoren. De meest gangbare methode is die van de Hubbert curve, waarbij een schatting van de uiteindelijk geproduceerde reserves wordt gepakt, waarop tezamen met historische productiedata een kromme wordt losgelaten, zonder rekening te houden met de dynamiek van reserves. Door hogere aardolieprijzen zullen echter meer reserves gewonnen kunnen worden, zeggen economen met goed recht, waardoor meer reserves winbaar worden. De geologen beweren daarop dan weer dat ze die reserves al meegenomen te hebben in hun cijfers, door uit te gaan van “proven + probable” reserves. Oftewel reserves die via statistische methoden een kans van winning hebben van 50% of hoger.

De gematigde “plateauers” gaan ervan uit dat door hogere aardolieprijzen er een enorme hoeveelheid productie optimalisatie zal plaatsvinden. Ze zijn het erover eens dat er niet veel aardolie gevonden zal worden, maar dankzij secundaire en tertiaire winningtechniek kan er veel meer aardolie gewonnen worden. Secundaire winning is via waterinjectie en gasinjectie, tertiair is winning met behulp van stoom, koolstofdioxide en andere gassen. Het principe is gebaseerd op het toevoeren van druk in het aardolieveld waardoor de aardolie vrijer gaat stromen.

Ray Leonard, ex-Vice President van de Russiche maatschappij Yukos op het gebied van exploratie, tegenwoordig Vice-President van Kuwait Energy Company, sprak daarover op de conferentie in Ierland. Hij vertelde over de Hedberg conferentie (zie link rechtsboven) waar de deelnemers schatten dat er 600 tot 1000 miljard vaten aan aardolie extra opgepompt worden dankzij winningtechnieken die mede door persistent hoge aardolieprijzen mogelijk zijn. Een voorbeeld wat hij gaf is dat de kosten voor tertiaire winning van de ultradiepzee. Welke uitkomen op een prijs van 90 dollar per vat, alleen mogelijk in een extreem hoge prijsomgeving. Hij dacht dat het wel mogelijk is om die extra reserves aan te spreken, maar alleen onder condities van zeer hoge olieprijzen. Uiteindelijk zal het daardoor volgens Leonard lukken om tot een decennium op een plateau te blijven van tegen de 100 miljoen vaten per dag.

Wie heeft er alleen gelijk? Kunnen we inderdaad 600 tot 1000 miljard vaten aan aardolie bij de huidige verwachting van “proven + probable” reserves, welke nu te boek staan als uiteindelijk te winnen aardolievoorraden optellen? Die bovendien vanwege het prijseffect niet zorgen voor een verschuiving van de piek (de piek valt later en hoger), maar voor een uitstrekkend plateau? Zo op het eerste gezicht is hier geen goed antwoord op te vinden en moeten we ons baseren op welke kant van de discussie we als een grotere autoriteit beschouwen. Uit de beschikbare hoeveelheid onderzoek die gedaan is kunnen we echter een aantal inmiddels gevestigde feiten combineren, om te achterhalen welk scenario waarschijnlijker is:

1) De gehele som van de huidige in productie zijnde velden, welke momenteel een productie tegen de 85 miljoen vaten per dag leveren, dalen collectief ieder jaar met ongeveer 4.5%. Dit weten we uit rapportages/presentaties van onder meer ExxonMobil en Shell, welke gestaafd zijn door historische data van de afgelopen 2 jaar. Ieder jaar moet er dus 4 miljoen vaten per dag aan productie bijkomen om de wereldproductie gelijk te houden + de compensatie voor bovengrondse factoren waaronder onrust, orkanen en oorlog.

po_intr4.jpg

2) Tot nog toe lukt het goed om die daling te compenseren met het in productie brengen van nieuwe aardolievelden. Sinds in ieder geval 2005 komt er jaarlijks een hoeveelheid aardolie extra op de markt van ongeveer 5 miljoen vaten per dag, voldoende om de productie op een plateau te houden. Uit onze database en die van Chris Skrebowksi blijkt dat dit ook de komende jaren tot aan 2010 zal lukken. Na die periode is het koffiedik kijken naar mijn mening, omdat veel projecten na die tijd waarschijnlijk nog niet aangekondigd zijn. De teller voor 2011 staat tot nu toe op 2 á 3 miljoen vaten per dag.

3) De huidige jaarlijkse productie van 5 miljoen vaten die er bijkomt wordt voornamelijk gevoed uit diepzeevelden, het kleine aantal resterende echt grote aardolievelden die in de jaren ’70 en ’80 zijn ontdekt en onconventionele aardolie. De toename in productieaandeel uit recent ontdekte aardolievelden (uitgezonderd diepzee) en toepassing van secundaire en tertiaire winningtechnieken is relatief klein. Dat laatste komt doordat zij zich voornamelijk uitten in het verlagen van de snelheid van de daling van al gepiekte aardolievelden.

Voor de periode na 2010 is het vooral van belang hoe de afname zich zal ontwikkelen. Blijft de collectieve productie dalen met 4.5%? Versnelt zij of gaat ze langzamer lopen. We weten vrij zeker dat de toename in productie vanuit nieuwe velden vanaf het begin van het volgende decennium gestaag zal gaan afnemen, omdat er steeds minder diepzeevelden ontdekt worden, en er steeds minder oude grote aardolievelden uit de ’70 en ’80 er jaren over zijn die in productie kunnen worden gebracht. Indien de productiedaling van de voorraad olievelden in 2010, veel langzamer zal verlopen dankzij toepassing van secundaire en tertiaire winningtechnieken, kan dat voor een verlenging van het huidige plateau zorgen. Hoewel ik zeker denk dat die productie optimalisatie er gaat komen, denk ik niet dat het afdoende zal zijn om de collectieve afname te vertragen. Dat komt doordat er twee factoren zijn die de andere kant opwerken, allereerst zullen er steeds meer oude grote aardolievelden, de Ghawars, Burgans en Cantarells van deze wereld, gaan pieken en zorgen voor een toenemende druk op de daling. Die produceren al sinds 1985 op een collectief plateau, en leveren nu nog de helft van de wereldwijde aardolieproductie. Wanneer deze gaan dalen, gaat de wereld mee. Dit is goed omschreven in de eerder genoemde publicatie van Fredrik Robelius.

giants_small.png

Ten tweede doordat de diepzee boom in de loop van het komende decennium ten einde komt. Deze velden kennen een zeer snelle productiestijging, plateau en een zeer scherpe daling van gemiddeld 18% per jaar. Die structuur komt voornamelijk doordat dat de meeste economische is om een diepzee veld leeg te trekken. Uit een aantal onderzoeken weten we dat de tot nu toe bekende diepzee velden collectief hun piek zullen bereiken omstreeks 2012 op een niveau van 9 á 12 miljoen vaten per dag, waarna ze jaarlijks met bijna een miljoen vaten per dag zullen dalen. Dat levert een toegevoegde afname van ongeveer 1%. Het zou kunnen dat het wat gematigder gaat door secundaire en tertiaire winningtechnieken, maar meer dan halveren van deze daling zal nooit lukken.

deepsea_small1.png

Mijn persoonlijke antwoord op het technologievraagstuk is daarmee gemengd, het zal zorgen voor een vertraagde afname van de wereldproductie, maar niet voor een verlenging van het plateau waar we momenteel op zijn beland. De productie zal in de komende jaren denk ik nog lichtelijk blijven stijgen, naar een niveau van wellicht 90 miljoen vaten per dag tegen 2012, waarna de daling inzet. De snelheid zal afhankelijk zijn van de collectieve daling van de zeer grote aardolievelden in de wereld, en de mate waarin we secundaire en tertiaire winningtechnieken in kunnen zetten. Om maar niet te spreken van bovengrondse factoren die de oliewinning bemoeilijken.

Reactie's

  • Buiten deze beschouwing over de aanbodkant blijft de vraagzijde. Deze zal ook reageren op de blijvend hoge olieprijs. Investeerders zijn altijd traag in het overschakelen naar nieuwe structuren, zoals duurzame energie. Nu begint dat geleidelijk te versnellen en na elke maand dat de olie boven de $ 60 blijft en na elke verdere stijging gaat dat proces sneller. Deze tsunamie is nu op gang aan het komen - te laat voor veel mensen en bedrijven, maar toch.
  • paradox
    Stijn,

    Om antwoord te geven op het eerste gedeelte van je vragen:
    Ik vermoed dat we nu in een zeer interessante fase zitten wat betreft een grotere vraag dan aanbod. Er wordt, gerekend vanaf begin dit jaar, ingeteerd op de totale industrieele voorraden van de landen behorende tot de OECD en wel als volgt:
    - In het eerste kwartaal van dit jaar [2007] daalden de (totale) industrieele voorraden van de OECD met ruim 1 miljoen vaten per dag, terwijl het langjarige gemiddelde voor het eerste kwartaal een daling van ongeveer 280 duizend vaten per dag laat zien. Dus in het eerste kwartaal van dit jaar zijn de OECD voorraden met ruim 700 duizend vaten sneller gedaald dan gemiddeld het geval is.

    - In het tweede kwartaal van 2007 stegen de OECD-voorraden met slechts 300 duizend vaten per dag, terwijl een stijging van 1 miljoen vaten per dag normaal is voor tweede kwartaal. Dus in het tweede kwartaal namen de voorraden beduidend minder toe dan gemiddeld normaal is.

    - Zelfs indien OPEC binnenkort haar olieproductie met 1 miljoen vaten per dag verhoogd en de optimistische olieproductie verwachtingen van de EIA ten aanzien van het komend jaar bewaarheid worden, dan nog verwacht de EIA dat de OECD voorraden tegen het einde van 2008 aan de ondergrens van het gemiddelde zal zitten.

    Let wel dat de industriele OECD voorraden nog ruim boven het 5 - jarige gemiddelde liggen, maar als de kloof tussen vraag en aanbod blijft toenemen zal er, indien men voorlopig aan de vraag wil voldoen, steeds meer ingeteerd dienen te worden op de voorraden.

    Indien bijvoorbeeld de wereldwijde olieproductie eind 2007 niet boven de 85 miljoen vaten gaat uitkomen en de reële vraag stijgt tot ruim boven de 87 miljoen vaten per dag, dan zullen de voorraden met ruim 2 miljoen vaten per dag verminderen. De totale OECD voorraden [de industriële en de strategische voorraden bij elkaar opgeteld, strategische is de door de overheid gecontroleerde olievoorraad die alleen in noodgevallen wordt ingezet] bedragen grofweg 4 miljard vaten.


    [quote]
    Inventories. Although OECD commercial crude oil inventories are higher than the 5-year average, crude stocks in OECD-Pacific, a region where OPEC crude constitutes a higher import share than in OECD-North America or OECD-Europe, are near the low end of the 5-year range. [i] OECD commercial inventories declined by almost [u]1 million bbl/d in the first quarter compared with a 5-year average inventory draw of 280,000 bbl/d for that quarter[/u]. Preliminary data indicate that OECD commercial inventories experienced a below-normal seasonal stock build during the second quarter. EIA estimates that OECD commercial inventories [u]rose by only 300,000 bbl/d in the second quarter, compared with a 5-year average build of 900,000 bbl/d.[/u][/i]
    Through the 2007-2008 projection period, a further reduction in OECD commercial oil inventories (on a days supply basis) is expected. EIA projects that OECD commercial inventories will be at the bottom of the 5-year range by the end of 2008 (Days of Supply of OECD Commercial Oil Stocks). [u]Assuming that EIA’s consumption and non-OPEC supply projections materialize, total OECD inventories at the end of 2007 would be in the lower part of the 5-year average range [b]if OPEC increased production by 1 million bbl/d in the second half of the year[/b][/u]. [b]If OPEC production is below EIA’s projection or the group delays a decision to raise output in the second half of this year in response to declining inventory levels, then the likelihood of additional upward price pressure could emerge.[/b][/quote]

    [quote]
    Nog een interessante tendens [recente gegevens van EIA]:
    Zie dat de ‘all-liquids peak’ nog steeds het derde kwartaal van 2006 betreft [namelijk 85,1 miljoen vaten per dag]. Ondanks stevige wereldwijde vraag is sinds eind 2004 de wereldwijde olieproductie vrijwel niet meer gestegen.
    2005: olieproductie => 84,54 miljoen vaten per dag olieconsumptie => 83,74
    1-ste kwartaal 2006: productie => 84,22 --- consumptie => 85,04
    2-de kwartaal 2006: productie => 84,12--- consumptie => 83,30
    3-de kwartaal 2006: productie => 85,10 --- consumptie => 84,13
    4-de kwartaal 2006: productie => 84,55--- consumptie => 85,43
    1-ste kwartaal 2007: productie => 84,50--- consumptie => 85,50
    [/quote]
  • Stijn
    Sowieso moeten we dan toch snel het punt bereiken waar de vraag groter zal zijn dan het aanbod. Volgens de IEA neemt de olieconsumptie ongeveer 2 mln vaten per jaar toe. Denken jullie dat we volgend jaar dat punt bereiken?
    Aangezien de prijselasticiteit van olie zeer laag is moeten we dan toch binnenkort heel hoge olieprijzen zien (USD 100 en meer). Zal dat geen kantelmoment zijn waarop het grote publiek zich bewust wordt van de krapte en overheden wel in actie schieten? Misschien is het dan al te laat, maar er zal dringend een soort Kyoto of Maastrichtnormplan nodig zijn voor de olieconsumptie.
    Zo'n plan zou dan zeer strenge normen voor de auto-industrie kunnen bevatten (geen wagens produceren die meer dan 5l per 100 km verbruiken). Een snelheidsbeperking van 110 km/u op autostrades. Via speciale energieleningen versneld warmterationaliseringen doorvoeren in woningen en gebouwen (die extra bouw-activiteit zou zelf een deel van de negatieve economische effecten van de peak oil kunnen compenseren). Moest je dat in de VS en in Europa kunnen toepassen, kan je op 5 jaar tijd, denk ik zo'n 5 a 10 mln bd uitsparen. Of is dat te naïef?
  • paradox
    Ik zit meer in het sombere kamp.

    Naast de twee in het artikel genoemde factoren denk ik dat er nog een derde factor is, waardoor collectieve afname versterkt zal worden.
    Ik vermoed nog steeds, en misschien ten onrechte, dat benodigde investeringskosten onderschat worden.
    Ik lees regelmatig dat de kosten sneller toenemen dan eerder berekend was. Laatstgenoemde schijnt vooral iets van de laatste jaren te zijn.

    Als er nu al een relatieve schaarste is aan benodigde materieel/middelen en de komende jaren dient er steeds meer materieel [materieel dat bovendien ook nog eens geavanceerder zal moeten zijn] ingezet te worden, vrees ik dat de kosten veel sterker zullen stijgen dan tot nu toe berekend is, met als gevolg nog meer uitloop van projecten en nog tegenvallende productiecijfers dan tot nu toe wordt aangenomen.

    Dacht dat het op ‘theoildrum.com’ was, dat iemand opmerkte dat we nu in een nieuwe fase komen met versneld lastiger te winnen olie komen en daarbij de nu al relatieve schaarste aan middelen te licht ingeschat wordt. En dat vele oliemaatschappijen nog te optimistische berekeningsmethoden hanteren.

    Stel je doet nu een beroep op 40% van relatief schaarse middelen en enkele jaren laten bijvoorbeeld 60%, dan zullen de kosten bijvoorbeeld niet 1,5 keer zoveel zijn, maar misschien wel 1,5^2 (2,25) keer zo duur worden en bij 80% misschien wel al 2^2 (4) keer zo duur! Dus geen lineaire toename van de kosten, maar een ‘kwadratische’ toename

    Maar zoals Dave Cohen, als ik me goed herinner, IMO terecht opmerkte: Even afwachten of 2008 en 2009 nog een noemenswaardige toename gaan laten zien, dus paar miljoen vaten er bij. Gebeurd dat niet dan is hij des te somberder voor de periode na 2010. Maar ja, dat is ook niet zo verwonderlijk dan.
blog comments powered by Disqus
Creative Commons License