Q&A deel 4: Energiescenario, Technologie & Risico
27 september 2007. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.
Piet: “welk energiescenario biedt hoop op een technologische wending met de minste risico’s voor de samenleving?”
De enorme uitdaging die voor ons staat, bestaat uit het opvangen of managen van de aankomende lange afname van aardolieproductie en het voorkomen dat de 2 graden grens van klimaatverandering bereikt wordt. Afhankelijk van de technologische ontwikkeling waardoor alternatieve energiebronnen sneller opgeschaald kunnen worden, zal de nieuwe wereld die ons voorstaat gevormd worden. Als zij te traag verloopt, zal dat tot grote ontwrichting en economische destabilisatie leidden. Dat we te laat begonnen zijn met de transitie is wel duidelijk. Daarom is het belangrijk om tijd te winnen en het risico welke beide uitdagingen bieden in te perken. Dat vereist een combinatie van technieken die nu al beschikbaar zijn, we kunnen niet wachten op verdere technologische ontwikkeling maar moeten nog veel meer investeren, indien nodig ten koste van andere delen van onze economie. Dat was de hoofdboodschap die onderstreept werd door vele presentaties op de afgelopen ASPO conferentie in Cork.
Op welke technieken geïnvesteerd moeten worden, daar verschillen de meningen sterk over. Zelf was ik zeer onder de indruk van de presentatie van Lord Ron Oxbourgh, ex-voorzitter van Shell, Hij opende de tweede conferentiedag, met een breed overzicht van de technieken die hij als kansrijk ziet. Qua vloeibare brandstoffen denkt hij met name aan biobrandstoffen & elektrisch transport. Op het gebied van elektriciteitsproductie denkt hij vooral in termen van steenkolen & hernieuwbare energie. Hij meldde dan ook dat het essentieel is dat we de ondergrondse opslag van koolstofdioxide, het belangrijkste broeikasgas, ontwikkelen. Globaal gezien zal het verbranden van steenkool namelijk niet ophouden. Het gevaar hiervan is echter, zoals directeur van Solar Century Jeremy Leggett in zijn persoonlijke verhaal verwoordde, dat de wereld carbon capture and storage (CCS) als een droomtechnologie gaat beschouwen. Een droom waardoor er te weinig geïnvesteerd zal worden in alternatieve energie omdat men denkt dat we “toch wel door kunnen gaan met de resterende steenkoolvoorraden”. Bijkomend probleem is dat er ook te weinig geïnvesteerd wordt in Carbon Capture & Storage zelf, volgens Jeremy Leggett. Dat werd ook duidelijk uit het verhaal van Gareth Roberts, de CEO van Denbury Resources, een independent oliemaatschappij uit Texas. Zij zijn gespecialiseerd in het opslaan van CO2 in olie & gasvelden, en zien dat de energiemarkt uitgaat van te lage olieprijzen, waardoor CCS niet van de grond komt. Vooral de grote oliemaatschappijen werken niet mee en zijn te afwachtend, doordat ze in hun scenario’s uitgaat van blijvend lage olieprijzen.
Het hoofdthema is als ik het in één zin zou samenvatten, dat we – onze energiebehoeftes, of het nou gaat om warmte, elektriciteit uit transport, in de toekomst gaan dekken uit elektriciteit gehaald uit hernieuwbare energiebronnen en relatief schone steenkool in combinatie met een oorlogsinspanning aan besparing en energie-efficientie. Biobrandstoffen moeten ook een rol spelen, maar gezien de landbouwsituatie in de wereld denk ik dat we momenteel te hard van stapel lopen. Op dat gebied zijn nog sterke doorontwikkelingen nodig, in plaats van implementatie op enorme arealen welke nu plaatsvindt. Aan wind en zon is er geen gebrek. Zeer positief was in dat kader het verhaal van Eddie O’Conner, de CEO van Airtricity de Ierse windenergiegigant met 4000 megawatt aan geïnstalleerde capaciteit. Hij is sterk aan het lobbyen voor het Europese Supergrid, waarmee diverse windmolenparken over heel Europa gekoppeld zullen worden zodat de fluctuaties in opgewekt windenergie heel goed opgevangen kunnen worden. Naar zijn zeggen begint Europa nu warm te open voor dit idee. Hij wordt uitgenodigd door diverse Europese politici en collega bedrijven die het plan ondersteunen.
De waarschijnlijkheid dat de investeringen op tijd van de grond komen door overheden en bedrijven is denk ik alleen niet erg hoog. Als burgers zouden we het heft in eigen handen moeten gaan nemen, denk ik nu. Dat sluit goed aan bij de spreuk “the rubber lets the road at the local level” welke in Cork uitgesproken werd door Debbie Cook. Zij is bezig om Huntington Beach City te Californië, waar ze de voormalige burgemeester van is, een van de duurzaamste steden van de wereld te maken. Door sterk in te zetten op het lokale niveau van het stadsbestuur waar ze grote streden maakt. Een van de zaken waarop ingezet is is een stadsbrede “Energy Audit” waar letterlijk alles doorgelicht is op het gebied van energie. Zo kwamen ze erachter dat het ophalen en wegbrengen van afval een van de meest energieverslindende kostenposten is, stukken erger dan het normale verkeer van alle andere gemeentediensten. Voor sommigen zal dat idee niet ver genoeg gaan, voor hun is het idee van de transition townsvan Rob Hopkins erg aanlokkelijk. Zijn werken in diverse steden aam het robuust maken van de economie tegen peakoil, klimaatverandering & een mogelijke recessie van de wereldeconomie, door de fundamenten van de lokale economie te verstevigen. Dat kan door veel van de activiteiten die nu gebeuren via het verslepen van grondstoffen op een lokaal niveau te laten gebeuren.
Reactie's
-
Victor Luijtjes
-
Bart
-
Victor Luijtjes
-
Rembrandt
-
Ark
-
Paul Metz



