Goedkope CO2 opslag in Rotterdam
25 juni 2007. Bijdrage geleverd door Peter Polder.
Het kabinet Balkenende IV heeft afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen met 30% te verminderen in 2020 in vergelijking met het referentiejaar 1990. Rotterdam heeft daarbij aansluitend een doelstelling geformuleerd om haar eigen uitstoot met 50% te reduceren in 2025. Meer dan de helft van de Rotterdamse reductie zou moeten komen uit het afvangen en ondergronds opslaan van CO2. Dit is een relatief nieuwe techniek vooral gericht op het vermijden van CO2 uitstoot van kolencentrales. De geproduceerde CO2 tijdens het verbrandingsproces wordt afgevangen bij de kolencentrale door dure chemische processen. Vervolgens wordt zij getransporteerd per pijpleiding naar een verlaten olieveld, gasveld of zoutlaag waarin de CO2 geïnjecteerd wordt zodat zij honderden zo niet duizenden jaren onder de grond blijf en dus niet bijdraagt aan klimaatverandering.

Deze relatief nieuwe techniek staat alleen nog in de kinderschoenen. Er is nog geen enkel project op de schaal van een energiecentrale waar CO2 afgevangen wordt om ze ondergronds op te slaan. Des te opmerkelijker is het daarom dat de milieudienst Rijnmond denkt dat de techniek in Rotterdam veel sneller en goedkoper toegepast kan worden dan toe nu toe gedacht. Zij heeft berekend dat een prijs per ondergronds opgeslagen ton CO2 van 24 euro mogelijk is. Normaal worden de kosten boven de 40 euro per ton geschat. De kosten bestaan vooral uit de inzet van extra energie die nodig is om de CO2 af te vangen en vloeibaar te maken onder hoge druk zodat ze geschikt is voor transport. De lage prijs verwacht door milieudienst Rijnmond is mogelijk door de inzet van restwarmte als energie voor het afvangproces. Restwarmte die omringende bedrijven nu niet gebruiken waardoor Milieudienst Rijnmond aanneemt dat deze gratis, op de benodigde infrastructuur na, voor de afvang ingezet kan worden. Of de individuele bedrijven hiermee akkoord gaan moet echter nog blijken. In de rapportage wordt aangegeven dat er geen onderzoek is gedaan naar de capaciteit en bereidheid van levering van bedrijven.
Het project zou rendabel moeten worden door een vaste inkomstenstroom uit de verkoop van CO2 emissierechten. De prijs voor de uitstoot van een ton CO2 ligt op die markt momenteel tussen de 20 en 26 euro. Daarmee komt het opslag en afvang project bij de lage prijs binnen handbereik, maar mochten de kosten hoger uitvallen doordat bijvoorbeeld restwarmte niet gratis beschikbaar is, dan wordt de financiering moeilijker. Ook is het plan sterk afhankelijk van de prijsontwikkeling op de CO2 markt welke lastig te voorspellen is. Deze markt is sterk afhankelijk van politieke onderhandelingen. Zo is het de vraag of luchtvaart in het systeem wordt opgenomen, of meer landen buiten de EU mee zullen doen, hoe de emissierechten verdeelt gaan worden enzovoorts. Tevens is het afwachten of afvang en opslag van CO2 binnen het handels systeem van het Kyoto protocol opgenomen wordt als volwaardige mogelijkheid.
Maar er zouden ook nog extra variabele inkomsten vergaard kunnen worden volgende de Milieudienst Rijnmond. Door het naar boven brengen van extra olie (Enhanced Oil Recovery = EOR) en gas (Enhanced Gas Recovery = EGR) dankzij injectie van CO2. Deze techniek wordt volop toegepast als het gaat om aardolie, met name in de VS. Voor aardgas is zij echter niet interessant omdat het meeste aardgas al uit het veld gehaald wordt. Dat betekent dat de injectie zich vooral buiten het Nederlandse continentaal plat zal moeten afspelen. Per ton geinjecteerde CO2 in een daarvoor geschikt olieveld kunnen er 2 vaten (1 vat = 159 liter) aardolie extra gewonnen worden. Daarmee komen de inkomsten bij een olieprijs van 30 dollar per vat neer op 45 euro per ton CO2. Deze inkomstenstroom is echter zeer wisselvallig, doordat de periode van extra winning door EOR in een offshore olieveld zich beperkt tot enkele jaren. Daarmee zullen er meerdere velden aangesproken moeten worden. Ook is haast geboden. Een aantal van de olievelden die geschikt zijn voor EOR zullen al in de periode 2008 tot 2012 afgesloten worden. Het merendeel is tegen 2018 niet meer beschikbaar.
De inkomsten van het project zijn door deze onzekere factoren niet gewaarborgd en te afhankelijk van de politieke ontwikkelingen. Daarom is er doorlopende steun nodig van de EU of de Nederlandse overheid in tijden van nood om onoverkomelijke financiële problemen te voorkomen.
Reactie's
-
Andreas Firewolf
-
Henk Veenstra
-
Henk Veenstra
-
Kubus Opslagruimte Rotterdam
-
Rembrandt
-
Bert Beirinckx
-
Bart
-
Peter Polder
-
Bart
-
Ark
-
Bart
-
Paul Metz
-
Bart


