Amerikaanse congres wil OPEC aanklagen
24 mei 2007. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.
De nieuwe wetgeving die het Amerikaanse congres de afgelopen dagen probeert door te voeren is bizar te noemen. Afgelopen dinsdag is een wet aangenomen die het mogelijk maakt om het oliekartel OPEC aan te klagen. Het kartel zou namelijk samenzweren om de olieprijs op te drijven en dat moet hard aangepakt worden. Deze politieke farce zonder inhoud kan alleen als een paaipoging voor de Amerikaanse kiezer of als krankzinnig wereldbeeld van de Amerikaanse politiek uitgelegd worden. De wet werd maarliefst door 345 senatoren in het huis van afgevaardigden goedgekeurd terwijl maar 72 senatoren tegen stemden.
Daar bleef het niet bij. Vandaag werd nog een wet aangenomen vanwege de te hoge benzineprijzen in de VS. Het huis van afgevaardigden stelt dat het kunstmatig opdrijven van de olieprijs door Amerikanen strafbaar moet worden op Federaal niveau. Door de wet wordt onderzoek mogelijk naar prijsopdrijving en straffen oplopend tot 10 jaar in de gevangenis, 2 miljoen dollar boete voor een individu en 150 miljoen dollar voor een bedrijf. Voordat de wetten daadwerkelijk in werking treden moeten ze nog goedgekeurd worden door de Senaat en vervolgens door de regering Bush. Woordvoerders van het Witte Huis hebben al aangegeven dat aan Bush geadviseerd is zijn veto uit te spreken over het voorstel om het aanklagen van het oliekartel OPEC mogelijk te maken.
De ideëen die in het hoofd van de Amerikaanse politiek in het congres rondspoken vallen onder de noemer grootheidswaanzin en misinformatie. De wetsvoorstellen zijn een verkeerde reactie op de hoge benzineprijzen in de Verenigde Staten. Die helemaal niets te maken hebben met OPEC en de oliemaatschappijen. Er wordt voldoende aardolie geproduceerd momenteel, alleen is er een tekort aan raffinagecapaciteit. Het tekort aan omzetting van aardolie naar benzine in de Verenigde Staten ligt ook niet in samenzweringen van oliemaatschappijen. De productiecapaciteit van raffinage is juist gestegen door uitbreidingen van de bestaande raffinaderijen, maar niet voldoende om aan de groeiende vraag te voldoen. Daarmee blijkt het een probleem te zijn van de steeds maar toenemende vraag naar benzine, ingegeven door de Amerikaanse manier van economische inrichting. Veel senatoren en de media gaan echter alleen af op het feit dat er geen nieuwe raffinaderijen bijgebouwd zijn de afgelopen decennia. Wat opzichzelf niets zegt, omdat uitbreiding van de al bestaande raffinaderijen economisch veel gunstiger is voor oliemaatschappijen. Tel bij “feit” 1 op dat de oliemaatschappijen recordwinsten maken momenteel en het mondt meteen uit op ideëen over illegale prijsafspraken. De achtergrondinformatie voor samenzweringstheorieën werd trouwens al gelegd in 2001 door een onderzoek van de Democratische Senator Wyden.
Het gevaar van dergelijke wetgeving zit hem niet in de wetgeving zelf, waar de Verenigde Staten zich hoogstens enorm belachelijk mee maakt. Nee het gevaar zit in de ideëen achter de wetgeving die de Amerikaanse politiek en media bezigt of het nou Democraten of Republikeinen zijn. We zien dat elke binnenlandse verandering van de benzineprijs direct gekoppeld wordt aan het idee dat er onvoldoende aardolieproductie is en dat daarmee het geboorterecht van de Amerikanen op lage benzineprijzen geschonden wordt. Hoe meer deze gedachtegang gaat leven, hoe eerder de Amerikaanse politiek geneigd zal zijn om in te grijpen in het Midden-Oosten. De oefeningen van de Amerikaanse Marine in de kustwateren van Iran deze week voorspellen wat dat betreft niet veel goeds.
Reactie's
-
Oliemarc
-
Adam Smith
-
Paul Metz
-
projectmanagement training
-
Huijbers
-
Oliemarc


