Waarom Nederland niet het land van de wind bleef

4 december 2006. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.

oldwindmill.png“It pays to be in the front when the future global energy solutions are created” Zo reageert hoofdconsultant van het Deense Vindmølleindustrien, Hanne Jersild, op het nieuws dat de Deense export van energie- & milieutechnologie naar 7 miljard euro groeit dit jaar. Een groot aandeel daarvan is windenergie, Vestas de Deense windmolenfabrikant kreeg recentelijk nog een order van 150 miljoen euro vanuit de Verenigde Staten voor windmolens. De windmolenmarkt is oververhit, er is meer vraag dan aanbod de komende jaren. Wie nu een windmolen bestelt kan deze pas eind 2008 krijgen.

Nederland, historisch het land van de windmolens, maakt daar allemaal geen deel van uit. We hebben nog wel een aantal belangrijke onderzoekcentra, gegroepeerd onder de stichting we@sea, maar geen grote fabrikanten van windmolens. Ook is de ontwikkeling van windenergie op zee en land zeer langzaam op gang gekomen. In onderzoek is Nederland altijd redelijk goed geweest, maar de implementatie is nooit echt goed van de grond gekomen.

Het probleem lag in het ontbreken van een juiste marktstructuur. Als een bedrijf wil opereren moet het zekerheid hebben. Belangrijk is een laag financieel risico met een hoge winstgevendheid, dan worden bedrijven geïnteresseerd. Daarvoor heb je een bepaald afzet nodig met een continue investeringsstructuur. Voor het opkomen van een eigen windenergie industrie is het daarom nodig dat het overheidsbeleid goed ingericht is voor de implementatie van windenergie in eigen land. Je wil als fabrikant niet geheel afhankelijk zijn van het buitenand voor je afname, en zeker niet in een destijds (jaren ‘90) beginnende markt.

In 1985 begon de overheidssubsidie voor windenergie onder het Kabinet Lubbers I (CDA/VVD). Van 1985 tot 1990 werd onder het integraal programma windenergie (IPW) 90 miljoen euro overheidssubsidie aan windenergie besteed. De regeling ging uit van een vast bedrag aan subsidie per Kilowatt aan opgesteld vemogen (300 euro per kW). Naast de investeringssubsidie was er ook een terugleveringvergoeding aan het net van 95% van de uitgespaarde brandstofkosten.

In 1991 kwam daaropvolgend onder het kabinet Lubbers III (CDA/PVDA) de regeling Toepassing Windenergie In Nederland (TWIN). Deze keek naar het oppervlak van de rotors en de hoogte van het vermogen. Deze subsidieregeling duurde tot en met 1995. Zij werd eind 1994 afgeschaft toen het kabinet Kok-1 aan de macht kwam (VVD/PVDA/D66) door D66 Minister van Economische Zaken Hans Wijers. In plaats daarvan kwam er meer indirecte subsidies. De Regulerende Energie belasting (REB) of Ecotax, waarvoor energie uit windmolens gevrijwaard was; de energie investerings aftrek (EIA) waardoor investeerders veel minder vennootschapsbelasting hoeven te betalen wanneer ze investeren in duurzame energie; en de vrije verhandelbaarheid van groene stroom gekoppeld aan groencertificaten (bewijs van productie duurzame energie). Tevens werd de terugleververgoeding van windstroom verhoogd naar 7,5 eurocent per kiloWattuur.

Doordat de subsidie van 1986 tot 1995 gericht was op beloning naar de grootte van het opgestelde vermogen, werden de fabrikanten verleid om grotere types windmolens te bouwen. Bedrijven die kleine windmolens bouwden werden de nek omgedraaid. De expertise vloeide weg naar Denemarken en Duitsland.

Volgens Dr. S Agterbosch van Universiteit utrecht is het gebrek aan succes van de windmolenregelingen in de eerste periode te danken aan de gesloten structuur gericht op grote bedrijven:

“Het denken over windenergie in Den Haag is lange tijdg edomineerd door een ‘besloten coalitie’ van het Ministerie van Economische Zaken en de grote energiedistributiebedrijven. Het subsidiesysteem zat zo in elkaar dat vooral de grote bedrijven daarvan profiteerden, en dat maakte dat het beleid exclusief was gericht op het realiseren van grootschalige projecten. Omdat die op veel verzet stuitten en omdat de motivatie van de bedrijven in kwestie niet overweldigend was, kwam er lange tijd betrekkelijk weinig van de grond. Agrariërs en andere private investeerders hadden in dezelfde tijd met hun kleinschalige projecten veel minder last van tegenwerking en verzet. Des te vreemder is het dan ook, vindt Agterbosch, dat de overheid hen zo lang negeerde. Pas de liberalisering van de energiemarkt eind jaren 90 bracht meer evenwicht tussen de verschillende marktpartijen.”

De nieuwe indirecte regelingen van Kabinet Kok werkten iets beter dan de regelingen onder Lubbers. Vann 1985 tot 1995 jaarlijks 10 tot 20 megawatt werd opgesteld (met als enige uitzondering het jaar 1995 toen de subsidie eindigde, toen er 100 megawatt werd opgesteld.). In de jaren 1996 tot 2001 werd er jaarlijks een vermogen van 30 tot 50 megawatt gerealiseerd. Tussen 2002 en 2005 steeg de jaarlijke toename in vermogen naar 150 tot 300 megawatt . De oorzaak in deze toename lag in een flink aantal voorgaande jaren met relatief stabiel beleid, voorspelbaar randvoorwaarden en een flinke vergoeding per kilowattuur.

In Juli 2003 kwam er een nieuwe regeling ter vervangen van de Regulering Energie Belasting (ingesteld in 1996) de Milieukwaliteit Energie Productie (MEP) . Het niet belasten van groene stroom uit o.a. windenergie gold namelijk ook op de import van groene stroom uit het buitenland wegens Europese regelgeving. Zodoende liep de Nederlandse overheid een grote hoeveelheid geld mis omdat de Nederlandse energiebedrijven simpelweg groene stroom relatief goedkoop uit het buitenland importeerden in plaats van het opzetten van productie in eigen land. De MEP werd ingesteld onder het kabinet Balkenende II (CDA/VVD/D66) door D66 minister Brinkhorst van Economische Zaken. Onder de MEP werd er een subsidie van 4.9 eurocent per kWh voor turbines op land uitgegeven voor maximaal 10 jaar en 6.9 eurocent per kWh voor offshore windenergie. Nadat de MEP meerdere malen gewijzigd werd is deze in augustus 2006 afgeschaft door de nieuwe Minister van Economische Zaken Joop Wijn van he CDA.

Als oorzaak voor de afschaffing noemde Joop Wijn het grote succes in Nederland van duurzame elektriciteit. Volgens hem gaan we in 2010 de doelstelling van 9% duurzame elektriciteit halen, gebaseerd op een rapportage van enerQ. Het volgende kabinet zal met een nieuwe regeling komen, tot dan liggen investeringen in duurzame energiesector tijdelijk stil. Het gebrek aan visie van het CDA is hemeltergend. De oorzaak van het politieke smoesje van Wijn draait om geld. De MEP regeling was te succesvol, het budget voor 2006 was al in het midden van het jaar overschreden.

Dat ministers subsidieregelingen die goed functioneren afschaffen in Nederland is niets nieuws aan de wand. Tussen 1991 en 1995 liep de subsidie voor windenergie uitermate goed. In 1993 en 1994 werd het budget dubbel overvraagd en in 1995 het jaar dat de subsidieregeling afgeschaft werd was er voor 169 MegaWatt aangevraagd terwijl er maar 41.4 Megawatt werd gehonoreerd.

Het gebrek aan incentief voor de kleine investeerders in de jaren ‘80 en ‘90 zorgde ervoor dat meer dan de helft van de windturbines op land pas na 2001 is gerealiseerd. Voor windenergie op zee was het nog een stuk erger, tot december 2004 was er een moratorium op het verlenen van een vergunning voor offshore windparken. Dat maakte het onmogelijk om op zee windparken te realiseren. Pas toen er begin 2005 vergunningen verleend konden worden kwam wind op zee in Nederland op gang. Hierna duurde het minder dan 2 jaar om het eerste park, egmond aan zee van 108 megawatt, te realiseren. Egmond aan zee produceert inmiddels energie voor 100.000 huishoudens. Volgend jaar wordt het windpark Q7 van 120 megawatt gerealiseert welke stroom gaat produceren voor 125.000 huishoudens. Mogelijk vereist er wanneer de financiering er komt over enkele jaren een derde windpark van het Ierse energiebedrijf Airticity. Zij heeft vorige week van het ministerie van Verkeer en Waterstaat een vergunning gekregen om een offshore windpark van maximaal 284 megawatt te bouwen.

De boodschap van de vele wijzigingen is duidelijk. Dankzij het zwabberbeleid van de kabinetten Lubbers, Kok en Balkenende loopt Nederland sterk achter op het gebied van windenergie. De economische activiteit bevind zich in Duitsland en Denemarken, waar een bloeiende bedrijfstak zit. In het kader van de nodige diversificatie van de energiemix, en de naderende eindigheid van het Nederlandse Aardgas, is het te hopen dat die subsidieregeling er snel komt.

Reactie's

  • jk
    Het lijkt mij een goed plan om verouderde windmolens met een lage opbrengst al ruim voor het einde van hun beoogde levensduur te vervangen door state-of-the-art windmolens met veel hogere opbrengst en doorontwikkelde techniek.
    De oude, kleine windturbines nemen alleen maar plaats in die nu beter benut kan worden.
  • Pieter
    Wat in Nederland ook een rol heeft gespeeld is dat je meer subsidie kon krijgen als je inefficiënte windturbines bouwde (turbine vermogen te groot in verhouding tot rotor). Met de MEP en de nieuwe SDE is dat nog steeds zo. Dat levert turbines op die in het buitenland niet te verkopen zijn, omdat ze daar regelingen hebben die gewoon een hoge opbrengst belonen.

    Ik snap sowieso niet dat het Duitse systeem van feed-in tariffs niet is overgenomen. De elektriciteitsbedrijven moeten daar de windenergie voor een vaste prijs afnemen. de meerkosten worden over de klanten verdeeld. De stimulering van alle duurzame energie bronnen samen heeft daar de elektriciteitsprijs met maar een halve cent per kWh verhoogd.

    Voordelen van dit systeem zijn dat het buiten de begroting blijft en de vervuiler (dwz diegene die het meeste elektriciteit gebruikt) betaalt.

    Elk jaar worden de tarieven voor nieuw gebouwde turbines verlaagd, zodat er dus een stevige druk op de industrie staat om te blijven innoveren en niet op hun luie krent te gaan zitten.

    Omdat Duitsers graag ingewikkeld doen zijn de tarieven in de eerste vijf levensjaren van een turbine hoger dan de vijf jaar erna, maar gemiddeld over de levensduur van 20 jaar komt het voor nu gebouwde windturbines neer op ca 6,5 ct/kWh, waarmee de kosten al aardig in de buurt van conventionele opwekking begint te komen.
  • Het probleem in NL is dat de regenten altijd en eeuwig een wurggreep op de energievoorziening willen houden, en dus ook de financiering van "de alternatieven". Ze hebben er een grote puinhoop van gemaakt. Dat die MEP dichtgegooid werd is het direct gevolg van het feit dat alles uit de Rijksbegroting komt (gejat van onze "aansluitbijdrage", die nu overboord mag omdat de MEP is dichtgegooid...).

    De niet vertelde reden is waarschijnlijk dat er paar reteslimme managers zijn geweest die 2 oliepalmelektracentrales de MEP hebben binnengeloodsd, omdat VROM uit de neus zat te vreten en gewoon vergunningen heeft afgegeven (nog meer "fijn stof hoofdpijndossier" voor van Geel). Resultaat: komende 10 jaar gaat die mooie firma Biox 740 miljoen euro belastinggeld (zo kun je die aansluitbijdrage noemen) opstrijken met, zo zou je het kunnen noemen, het verbranden van een product van oerwoudvernietiging. En dat noemen ze dan "duurzame elektriciteit"... Om te voorkomen dat er ook nog een DERDE centrale in die MEP werd "ondergebracht" door Biox, moest die MEP in paniek dichtgegooid worden (18 aug.).

    OK, het is speculatie, maar je wil niet weten hoeveel biomassa van zeer fragenswürdige herkomst er nu al bijgestookt wordt in elektracentrales (CBS gegevens, grafieken komen op mijn website), en dat is de allergrootste slok (naast windenergie) van die belachelijke 9% "duurzaam" (alleen elektra...) in 2010...
  • Rembrandt
    @Huijbers

    Nee, want bedrijven zitten niet te wachten op iets wat na 5, 8, 10 of 20 jaar gaat renderen, die moeten binnen 1 a 2 jaar winst maken. Korte termijn is wat heerst in het zakenleven, op uitzonderingen daargelaten (zoals hele grote concerns).

    Projecten op bijv. het gebied van windenergie komen tot nog toe van stand met behulp van zeer aantrekkelijke leningen via banken + overheidssteun.
  • Huijbers
    @ Rembrandt

    Subsidies zijn niet per definitie een bodemloze put, daar heb je geheel gelijk in. Als het breekpunt eerder valt zullen de Energie bedrijven dan zelf niet willen investeren in een meer efficientere en duurzame "goedkopere" methode van opwekking van windenergie?
  • Sander
    Dat van dat bewustzijn opwekken over 'rampen' ben ik het helemaal mee eens Analist. Als ik die spotjes hoor denk ik: dat zijn de eerste voorbereidingen van het grote publiek op minder stabiele energie voorzieningen en mogelijk overstromingen. Maar of PON nou daar in mee moet blazen... Beter van niet. 'We' zijn toch geen rampspoed melders? Laat de overheid dat maar doen.
    Lijkt me beter om de 'bewustwording' die PON als doelstelling heeft te richten op mogelijke oplossingen.
  • Rembrandt
    @Huijbers

    Voor de ontwikkeling van technologie heb je subsidies nodig, als je niet ontwikkelt dan heb je ook niks. De vraag is dan of het subsidieren van windenergie een bodemloze put is zoals Paul de Krom (VVD) beweerd. Als we kijken naar de scenarilo's van de DLR (Duitse centrum voor luchtvaart en ruimtevaart techniek) zal windenergie over ong. 10 a 15 jaar geen subsidie mer nodig hebben, uitgaande van relatief lage energieprijzen. Aangezien het te verwachten valt dat die prijzen niet zo laag blijven (die zitten onder de huidige prijs) kan dat breekpunt weleens eerder valllen.

    Als je dan nog moet beginnen met het opbouwen van een bloeiende industrietak ben je simpelweg te laat. Zodoende zie ik geen bodemloze put maar een verstandige investering in de toekomst.

    Wat betreft je voorbeeld dat de overheid de markt moet aansturen, dat is een beetje een dubieuze cirkelredenering, hoewel de overheid wat in de markt weg kan zetten (bepaalde urgentie) is zij zonder geld geen drijvende kracht. Waarom zouden bedrijven risico's lopen als de overheid zich zorgen maakt? Die hebben wel wat beters te doen dan te luisteren naar politici, winst maken bijv.. en de burger? Dat zie ik nog minder gebeuren. Nee, de overheid moet de randvoorwaarden scheppen en investeren in onderzoek en implementatie, geen bangmakerij dat leidt niet tot het juiste effect.
  • analist
    Een leuke chronologische opsomming van beleidsmaatregeleen voor wind energie. Duidelijk is dat er geen lange termijn visie is voor dsuurzaam opgewekte energie.
    Het onderwerp energie en energievoorziening is niet interessant grenoeg voor de politici en de burger. Ik vrees dat het abstractie niveau hier de oorzaak van is en een zekere gezapigheid.
    De laatste tijd lees ik in de media wel steeds meer over stroomstoringen, de media is bezig een soort bewustzijn op te wekken.
    Stichting peakoil kan hier een partij in mee blazen.
  • Huijbers
    Met subsidies houdt de overheid niet rendabele activiteiten kunstmatig in leven. Kijk eens naar de landbouw! Ik denk niet dat subsidie een oplossing is.

    Zie eens de gemiddelde scholier, deze gaat pas werken wanneer het water aan de lippen staat. Met andere woorden we gaan pas wat doen wanneer de urgentie is gebleken. Nu geeft onze overheid geen blijk van urgentie in het energie (brandstof) probleem. Wellicht dat de overheid eerst moet toegeven dat er een probleem is. Misschien gaat de markt dan pas werken en zullen ontwikkelingen gaan plaats vinden?
  • Rembrandt
    @Tibi

    De subsidieregelingen zijn niet constant genoeg en niet voldoende in veel gevallen. De veranderingen die ik aangeef zijn op hoofdlijnen, binnen de subsidieregelingen werd veelal ieder jaar! gerommeld met de spelregels.

    Denemarken:

    http://www.repp.org/repp_pubs/articles/issuebr14/02Denmrk.htm

    http://www.iisd.org/greenbud/winden.htm
  • tibi
    ik vind het een moeilijk verhaal omdat je begint met alle subsidies die er zijn maar concludeerd met dat er geen subsidieregelingen waren of in iedergeval niet stabiel genoeg. hoe verhouden de regels zich dan tot denemarken.
blog comments powered by Disqus
Creative Commons License