Het potentieel van biobrandstoffen
30 juni 2006. Bijdrage geleverd door Rembrandt Koppelaar.
Deze post is de tweede in een serie over de kansen en gevaren van biobrandstoffen. Volgens richtlijnen van de Europese Unie moet het Nederlandse transport in 2010 voor 5.75% op biobrandstoffen rijden. Voor het personenvervoer gaat het om zo’n 400.000 auto’s tegen 2010. Rijdende op benzine/diesel gemaakt van allerhande gewassen waaronder koolzaad, mais, jatropha, palmbomen & soja. Uiteindelijk zou 30% van ons energieverbruik gedekt moeten worden door biobrandstoffen.
Het typische aan Nederland is dat wij altijd eerst dikke rapporten schrijven voordat er iets opgebouwd wordt. In andere landen zijn ze goed in implementatie, hier zijn we een kei in het onderzoeken van het technische potentieel van biobrandstoffen. Inmiddels zijn er twee uitgebreide studies verschenen, beide afkomstig van het Copernicus Instituut aan de Universiteit Utrecht:
M. Hoogwijk, 12 maart 2004, On the global and regional potential of renewable energy sources
Vooral de laatste studie is interessant en wordt nader besproken. De conclusie die we kunnen trekken uit de rapporten is dat het technisch potentieel voor Biobrandstoffen tegen 2050 tussen de 200 en 1500 Exajoule (10^18) ligt. Voldoende om een substantieel aandeel van de energievoorziening te dekken aangezien de wereld momenteel 400 Exajoule verbruikt.
De studie A quickscan of global bio-energy potentials to 2050 wordt hieronder nader besproken.
De auteurs gaan uit van vier scenario’s:
[[popup:bioscenario.jpg:(thumbnail)::1:center]]
Het belangrijkste verschil ligt in scenario’s 2 en 3. Waar koeien, varkens, geiten en schapen in scenario 1 en 2 nog buiten mogen lopen (pastoral) zitten ze in scenario 3 en 4 levenslang opgehokt zoals we in het westen gewend zijn (landless). Biologische landbouw is uit den boze in scenario 3 en 4. Dit zorgt voor een verschil in het technische potentieel van respectievelijk 513 tot 1116 Exajoule.
De berekening van de auteurs is afhankelijk van een groot aantal factoren, de verwachte populatiestijging, de toename in voedselproductie en houtproductie, het landgebruik in de wereld en de vraag naar hout en voedsel. Onder deze factoren liggen weer een aantal andere aannames, wat de zaak complex maakt. Om het potentieel te berekenen gaat men uit van de bovengenoemde factoren en wordt er berekend hoeveel land er beschikbaar komt. Hierbij wordt er gekeken naar het potentieel dat er is wanneer er geen ontbossing plaatsvind, niet voor biobrandstoffen en ook niet voor voedselproductie. Als dit meegenomen wordt zou het potentieel nog hoger uitvallen. Een andere belangrijke aanname is dat voedselproductie voorop gaat, er zal eerst in de regio zelf zoveel mogelijk aan de eigen behoeftes voorzien worden.
Via deze aannames wordt de hoeveelheid land weer onderverdeeld in verschillende productiviteits- en gebruikscategoriën. Op die manier wordt de hoeveelheid land bekend tussen nu en 2050 die beschikbaar is voor biobrandstoffen. Vervolgens berekenen de auteurs de hoeveelheid energie de productie afkomstig uit korte rotatie houtachtige energiewassen te projecteren (eucalyptus, wilg of populier) op de hoeveelheid land, gekeken naar productiviteit afhankelijk van het land. Er wordt hierbij wel de aanname gemaakt dat men overal ter wereld westerse productietechnieken ter hand neemt. Een nogal optimistische aanname, maargoed het gaat om het technische potentieel.
De aannames die de auteurs maken:
- Populatiestijging naar 8.8 miljard mensen
- Er vindt geen verdere ontbossing plaats
- Voedselproductie heeft prioriteit, zoveel mogelijk zal de voedselvoorziening regionaal betrokken worden
- Een zeer efficiënte (westerse) landbouwproductie overal ter wereld, deze leidt tot een afname in land nodig voor voedselproductie van 14%, 22%, 64% en 70% afhankelijk van de methode van landgebruik (landless of een gemixte vorm tussen pastoral en landless).
- Een toename in de dagelijkse energieinname via het voedsel van 2300 kcal per persoon in het heden naar 3300 kcal per persoon in 2050. Hierbij neemt men een limiet aan van maximaal 3700 kcal per persoon per dag waarvan maximaal 1100 kcal per persoon per dag aan vlees en vis. Deze limiet is momenteel de gemiddelde inname in de Verenigde Staten.
- Geen economische limitaties (het ging om het technisch potentieel)
- Geen limitaties qua implementatie (het ging om het technisch potentieel)
- Geen degradatie van land door milieuproblematiek (erosie, watertekorten, verlies van biodiversiteit en klimaatverstoring)
De conclusie in Exajoules die de auteurs hieruit trekken in grafiekvorm:
[[popup:bioenergiepot.jpg:(thumbnail)::1:center]]
Gezien de aannames is het duidelijk dat dergelijke technische cijfers met een flinke korrel zout genomen moeten worden. De studie toont aan dat als we een forse inspanning zouden maken een energiecrisis voorkomen kan worden. Hoe waarschijnlijk is het echter dat de huidige politieke en economische macht dit bewaarheid laat worden? Nog afgezien van onzekere factoren zoals klimaatverstoring, welke volgens het IPCC zou kunnen zorgen voor 30% daling in de landbouwproductiviteit in de 21ste eeuw.
Reactie's
-
Bart B
-
Kweksma
-
jakko
-
Comp_Lex
-
jakko
-
Rembrandt
-
http://www.aph.gov.au/senate/committee/rrat_ctte/oil_supply/submissions/sub49.pdf Bart B
-
Johan
-
jakko
-
http://www.dft.nl/nieuws/9230436/Vraag_naar_olie_neemt_met_40_procent_toe.html?rss Sleepybag
-
Tim van Amstel
-
paradox
-
Rembrandt
-
paradox
-
jakko
-
Tim van Amstel
-
Tim van Amstel
-
Tim van Amstel
-
Tim van Amstel
-
paradox
-
jakko
-
paradox
-
jakko
-
KazOo
-
jakko
-
Johan
-
Johan
-
Johan
-
Tim van Amstel


